Artikel 2

GROENE FILOSOFIE

De filosoof Roger Scruton (°1944) is momenteel o.m. visiting prof aan de unief van Oxford en publiceerde in januari 2012 een opmerkelijk boek waarin hij zich afzet tegen de oude,  zgn. “linkse” kijk op de milieuproblematiek. In “Green Philosophy : How To Think Seriously About The Planet” pleit hij voor een andere benadering. Het loopt fout als we denken de milieuproblemen  te kunnen laten oplossen door de staat, de politiekers en de ambtenaren. Scruton geeft de voorkeur aan “oikofiele” (oikos, Grieks = huis, verblijfplaats, familie), kleinschalige en vrijwillige burgerinitiatieven boven bureaukratische, grootschalige, zelfs wereldwijde milieuregelingen die uiteindelijk geen aarde aan de dijk brengen.

De moderne milieubeweging kwam 50 jaar geleden op gang, na de publicatie van het boek “Silent Spring” (Dode Lente) van de Amerikaanse biologe Rachel Carson in 1962.
Met haar waarschuwing voor de schadelijke gevolgen van het misbruik van pesticiden in de landbouw maakte ze een groot publiek bewust van het verschijnsel “milieuvervuiling”.

Een jubilieum dus, maar niet om te vieren. Een paar milieuaantastingen zijn sindsdien wel met succes bestreden, maar daar zijn andere en serieuzere problemen voor in de plaats gekomen.  Er is bvb. de toenemende  ongerustheid over de uitstoot van CO2 e.a. broeikasgassen, wat leidt tot ingrijpende klimaatverandering en tot een snelle opwarming van de aarde.

Scruton dacht als filosoof na over dit alles en over de vele mensen die zich terzake zorgen maken , de zgn. milieubeweging.

Voor hem vertrekt de aanpak van milieuproblemen best uit onze bekommernis en onze liefde voor onze eigen leef- en woonomgeving oftewel onze “oikofilie” . Deze richt zich niet alleen op die woonomgeving en het landschap, maar ook op de mensen die daar wonen. Het heeft te maken met gemeenschapszin en wij-gevoel, het doet een oproep tot liefhebben en niet tot gebruiken, tot respecteren en niet tot uitbuiten.  De oorzaak van vele milieuproblemen ligt immers in de neiging van mensen om bij alles wat ze ondernemen wel te profiteren van de baten, maar de kosten af te schuiven op anderen, die deze kosten niet hebben gemaakt!

Een en ander impliceert een behoudende, conservatieve reflex. Nu zijn conservatisme en milieubekommernis wel elkaars natuurlijke bondgenoten. Conservatisme strookt het meest met de menselijke natuur. Het heeft een wantrouwen tegenover een te regelzuchtige staat en een groot vertrouwen in burgerinitiatieven. De eerste milieubeschermers waren gewone burgers, gehecht aan de plaats waar zij woonden , bezorgd als hun leefmilieu werd aangetast door de oprukkende industrie, de verstedelijking, de grootschalige landbouw.

De “milieuzin” is het sterkst in landen zoals Engeland of Scandinavië waar ook de oikofilie sterk is en het zwakst in landen waar de burger machteloos is tegen een vervuilende staat (zoals vroeger onder de vm. communistische regimes en in China nog vandaag). We moeten dus oppassen voor de eigenmachtige politiekers en hun ambtenaren, hun bureaukratie : dat leidt tot een overmaat aan regelgevingen, met vaak averechtse gevolgen voor het milieu. Naar de maatschappij en haar burgerverenigingen moet daarentegen meer geluisterd worden. In de realiteit zien we nl. dat regeringen en ambtenaren de bevoegdheden en vrijheden van bvb. verenigingen inperken en alles aan zich willen treken.  Zo kan de staat onmogelijk het geliefde vaderland worden, gesteund door alle “oikofielen” en met een eigen daadkracht bij de aanpak van grensoverschrijdende milieuproblemen zoals de opwarming van de aarde. Nu wordt op dat punt nog veel te veel afgeschoven op uiteindelijk krachteloze en weinig effectieve internationale (klimaat)conferenties…

Scruton vindt het daarom raar dat de milieubeweging in het algemeen gedomineerd wordt door “links”. Daardoor worden de milieuproblemen tegelijk te activistisch en te bureaukratisch aangepakt. De “linkse” milieubeweging organiseert zich bij voorkeur ook in internationale groeperingen en ontbeert zo de noodzakelijke drijfveer van de oikofilie : ze bestaat op de duur vooral uit intellectuelen die niet meer weten wat “thuis” is, anders dan de gewone burgers die een gezin stichten en een “gevestigd bestaan” leiden.

Er zou beter een alliantie komen tussen links en conservatief, tegen het consumerisme en ten behoeve van het milieu. Daar gaat het uiteindelijk om.

Bevreemdend : Scruton betoont zich een voorstander van kernenergie, ook al worden ontelbare generaties na ons opgezadeld met het dodelijke afval. Dat strookt toch niet met de hem zo dierbare notie “oikofilie”…

Achteraan het boek staat een interessante nabeschouwing over “Hoe te leven”.

Scruton doet daar nog eens een oproep om thuis te starten, om in matigheid te leven, om geen dingen te kopen die langs een verwoestende weg tot ons kwamen, om eerder in eigen land op vakantie te gaan, om geen vleesetende huisdieren te houden, om in gezinsverband gezamenlijke hulpbronnen te gebruiken.

Een lastigere opdracht is de oikofilie in praktijk te brengen : ons bij anderen aansluiten om als burgers te leven, niet toe te geven aan maatschappelijk nihilisme of aan de grote bedillerigheid van overheid en politiek. Het betekent gemeenschappen van buren onderhouden. Het betekent kennis actief aan de volgende generatie doorgeven en die generatie doordringen van een geest van rentenierschap die we zelf in onze daden moeten tentoonspreiden.

Roger Scruton. Groene Filosofie : Verstandig Nadenken over onze Planeet. Uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2012 : 320 blz.
Prijs 24,95 €.
ISBN 9789046811238.

Een  lezenswaardig, maar wel duur boek. Leen het eventueel bij ons Milieu-Infocentrum…