Artikel 3

LATEN UITSTERVEN OF NIET ?

Het uitsterven van een dieren- of plantensoort doet een natuurbeschermer geen plezier. Zeker in deze Rode Lijst-tijden. Iedereen weet dat er in de loop van de geschiedenis van de aarde heel drastische “uitstervingen” zijn geweest, maar vandaag de dag lijken de meeste mensen nog altijd te opteren voor de bescherming en redding van specifieke soorten zonder lang (genoeg) stil te staan bij het waarom van achteruitgang en eerder dan zich te richten op het gehele landschap : waarbij je ervoor zorgt dat het voldoet aan de randvoorwaarden, zoals areaal en milieucondities.

Vaak wordt alle hoop gesteld op kweekprogramma’s, die dieren gewoon wegvangen en terug uitzeten, terwijl onduidelijk blijft waarom ze eerst zo goed als verdwenen waren. Als voorbeeld kunnen de korhoenders op de Nederlandse Hoge Veluwe worden genoemd, een deerlijk mislukt project. Een aantal natuurbehoudsexperten denkt van zijn kant dat dieren in vele gevallen terugkeren als de omstandigheden terug voldoende verbeterd geraken. Het gaat hun meer om de manier waarop je met de natuur omgaat. Er wordt nogal wat gezwamd over maakbaarheid, maar men vergeet dat er in de natuur een autonome dynamiek zit, waarbij soorten verdwijnen en zich opnieuw vestigen. Men mag spontane ontwikkelingen niet blokkeren om bvb een vogelsoort die het toch niet redt wanhopig in de lucht te houden ten koste van nieuwe soorten die deze ontwikkelingen meebrengen.

Er zijn dus ook anderen, die een verplichting voelen om het natuurlijk erfgoed tot het uiterste te bewaren. Ze achten zich gesterkt door het succes met soorten zoals het Przewalskipaard, de wisent, de Arabische oryx. In het wild waren deze soorten geheel uitgestorven, maar na herintroductie zijn er nu terug wilde populaties die zichzelf kunnen redden. Zij het dat bij sommige projecten de toekomst nog onzeker is. De Californische condor, in 1997 geherintroduceerd vanuit gevangenschap, leek het eerst goed te doen maar lijdt nu sterk onder loodvergiftiging. In onze Lage Landen was er het succes van de ooievaarsinitiatieven : in 1969 telde Nederland bvb nog maar 17 paren ooievaars, nu zijn dat er 700. Ook de herintroductie van raven vanuit gevangenschap lijkt geslaagd…

Momenteel is er in de Nederlandse media nogal wat te doen over twee wat omstreden “Red hem, Vang hem”- projecten : de actie SOS Vuursalamander en het project Korenwolf. Toevallig situeren beide zich in Limburg.

DE VUURSALAMANDERS

In de vochtige hellingbossen van Nederlands Zuid-Limburg leefden tien jaar geleden nog honderden vuursalamanders per hectare. Dit jaar waren het er in totaal nog maar enkele tientallen. De oorzaak is onbekend. Gif, een ziekte, veranderende waterkwaliteit ? De Universiteit Gent verricht momenteel autopsie op gevonden dode dieren. En de Stichting RAVON (Reptielen-, Amfibieën- en Vissenonderzoek Nederland) verzamelde alvast 30 dieren in het bronnen- en beekjesrijke Bunderbos tussen Elsloo en Bunde om ze onder te brengen in de dierentuinen Artis Amsterdam en Kasteelpark Born. De hoop is dat de dieren zich in gevangenschap gaan voortplanten en zo de basis kunnen vormen voor herintroductie. Uiteindelijk gaat het wel om een kleine populatie aan de rand van het verspreidingsgebied van de vuursalamander, maar RAVON denkt dat het om een aparte ondersoort gaat en wil ze kost wat kost in de hellingbossen (die zelf onder druk staan) houden. Voor het idee van kweek in gevangenschap krijgt de stichting morele steun van de Amphibian Suvival Alliance (ASA), een consortium van organisaties dat wereldwij het Amphibian Conservation Action Plan van de internationale natuurbehoudsunie IUCN wil realiseren. De ASA-visie : veel amfibieënsoorten gaan zo snel achteruit dat je geen andere mogelijkheid hebt. Door ze in dierentuinen op te vangen en te kweken, win je kostbare tijnd om een oplossing te vinden voor het probleem in de natuur… ASA hamert ook op het belang van het kennen van de oorzaak van achteruitgang. Vaak is het een combinatie van factoren. En zelfs als je de oorzaak weet, is er niet altijd iets aan te doen. Er leven bvb vissen in gevangenschap die nooit meer kunnen worden uitgezet omdat hun habitat gewoon totaal verdwenen is.

Een vaak terugkerend punt van kritiek is de kost van dergelijke kweekprogramma’s, geld dat beter besteed wordt aan natuurbeheer ter plaatse ? SOS Vuursalamander van RAVON argumenteert dat amfibieën gemakkelijk en goedkoop te kweken vallen en vindt de 50.000 € die het vuursalamanderproject vergt een schijntje in vergelijking met de kost van het project korenwolf (1,2 miljoen euro per jaar)…

DE KORENWOLVEN

De korenwolf (Limburgs voor Europese hamster,eigenlijk korenwoof : woof = inhalig) is geleidelijk uit ons landschap verdwenen omdat ie niet goed gedijt bij monocultuur. Hij heeft een afwisselende vegetatie nodig die gedurende de zomer, als de jongen gaan rondlopen, voldoende dekking biedt. De graanakkers op de Limburgse lössplateaus zijn geschikt maar die worden vaak vroeg in de zomer geoogst, in juli en augustus staan ze kaal. Vroeger bleven er dan nog akkerkruiden staan, maar met de huidige onkruidbestrijding is dat ook al niet meer zo. Er wordt nu geprobeerd het akkerbeheer aan de hamsters aan ta passen, men onderzoekt andere manieren van oogsten. Ook hier gaat het om een soort aan de rand van zijn areaal. In de rest van Europa leven ook korenwolven maar overal gaan ze hard achteruit. De Nederlandse Stichting Das en Boom en Diergaarde Blijdorp Rotterdam hadden tot 2005 een fokprogramma, dat daarna overgedragen werd aan het Gaiapark te Kerkrade. Daar worden jaarlijks tegen de 100 korenwolven geboren. In Vlaams Limburg zette het Agentschap voor Natuur en Bos in 2007-2008 korenwolven van het Nederlandse kweekprogramma uit, zonder veel resultaat. Momenteel houdt ook het onzerzoeksinstituut Alterra van de unief Wageningen zich bezig met het project. In 8 leefgebieden in Nederlands Limburg bevonden zich dit jaar ongeveer 500 hamsters.

Het grootste deel van het budget voor het grootschalige hamsterproject wordt besteed aan natuurbeheer in het veld, om de gebieden geschikt te maken en te houden. Het fokprogramma, inclusief onderzoek, kost zo’n 250.000 euro per jaar.