Natuur

YEAR OF THE BAT

DE UNEP CONVENTION ON THE CONSERVATION OF MIGRATORY SPECIES OF WILD ANIMALS (CMS) EN THE AGREEMENT ON THE CONSERVATION OF POPULATIONS OF EUROPEAN BATS (EUROBATS) PROBEREN DE PUBLIEKE INTERESSE VOOR ONZE VLEERMUIZEN TE STIMULEREN DOOR VAN 2011-2012 HET JAAR VAN DE VLEERMUIS TE MAKEN.
ZE PUSHEN NATUURVERENIGINGEN OM IN DIE PERIODE INITIATIEVEN TE NEMEN OM HET PUBLIEK WAT MEER VERTROUWD TE MAKEN MET DE VLEREN EN OM DE NOODZAAK TOT BESCHERMING TE VERDUIDELIJKEN.
NATUUR 2000 EN DE WERKGROEP FORT OELEGEM REAGEERDEN OP DIE OPROEP DOOR IN BEIDE JAREN EXTRA EDUCATIEVE VLEERAVONDEN TE ORGANISEREN : ZIE ONZE AGENDA’S.
(www.yearofthebat.org)

DE CRISIS EN DE BIOLOGIE

Natuurbeschermers bouwen al lang geen nestkastjes meer om individuele vogelsoorten echt te redden. In de plaats daarvan richten ze zich op de bescherming van een hele habitat. In de natuur zijn planten en dieren nl sterk van elkaar afhankelijk. Komt er een crisis, bvb door een ziekte, dan kan een heel ecosysteem instorten. De afgelopen decennia deden biologen veel computerberekeningen om de kwetsbaarheid van ecosystemen te analyseren. De computer kan het hele voedselweb van eten- en gegeten worden naspelen. Dat levert belangrijke kennis op voor bescherming. De economische crisis  doet economen gelijkenissen zien die het financiële systeem beter kunnen helpen begrijpen en beheersen. De Britse Centrale Bank riep onlangs de hulp in van de Oxfordse biologieprof Robert May om dat financiële systeem na te spelen. Uit die computerberekeningen bleek dat banken de laatste jaren kwetsbaarder zijn geworden omdat ze in strategie meer en meer op elkaar zijn gaan gelijken.Het is als in een natuurgebied met minder biodiversiteit. Vandaag zijn veel maatregelen  nog gericht op het redden van afzonderlijke banken  en landen, terwijl de natuur leert dat het hele systeem zou moeten gestabiliseerd worden. Maar de financiële ecologie staat als wetenschap nog aan het begin, de interacties tussen banken zijn bovendien een stuk complexer dan in natuurlijke ecosystemen. Er is veel verknoping met de rest van de wereld. Vallen in Europa meerdere landen om, dan valt er ook in de VS een kaartenhuis in elkaar. Er zit een omslagpunt in het financiële sysyteem, net als in een zee, moeras of bos. Zijn we dat voorbij, dan is er geen redden meer aan.

(Bram Vermeer in Tijd/Trouw, 30/6/2011)

WAT IS DAT MET HEDWIGE? (2)
HET 5DE NEDERLANDSE PLAN IN 7 JAAR
(Zie ook de Natuur2000-Nieuwsbrief 2011, blz 21-22)

Op de linker Scheldeoever in Zeeuws-Vlaanderen, bij het Verdronken Land van Saaftinge, ligt de Hertogin Hedwigepolder : genoemd naar Hedwige prinses de Ligne, hertogin von Arenberg, echtgenote van Engelbert-Maria, negende hertog von Arenberg en bij de indijking van die polder anno 1907 eigenaar van de streek rond Saaftinge, tot die hem als lid van de Duitse hoogadel na WO1 ontfutseld werd. Vandaag is Hedwige eigendom van de Brusselse baggeraar Gery De Cloedt. In 2005 werd in de zgn. Scheldeverdragen tussen Nederland en Vlaanderen formeel afgesproken om de 300 ha grote polder na zowat 100 jaar opnieuw onder water te zetten. Zulks – overeenkomstig Europese regels  – om de natuurschade te compenseren van de door Vlaanderen gewenste uitdieping van de Westerschelde : nodig voor een betere toegang tot de Antwerpse haven. Onder druk van Zeeuwse boeren en de christelijke CDA-partij wou de Nederlandse regering Rutte 1 (en meerbepaald de terzake verantwoordelijke staatssecretaris Bleker) hier in oktober 2010 op terugkomen. Maar ze werd daarvoor op de vingers getikt door de Europese Commissie. Op 14 april 2012 kondigde het Nederlandse kabinet daarom aan dat het alsnog 100 ha van de Hedwige wou ontpolderen. De overige 200 ha zou dan elders onder water worden gezet, nl. in de Welzinge- en de Schorerpolder bij Vlissingen en in het schietterrein de Appelzak, op de oostelijke Scheldeoever. Normaal hadden alle kwesties m.b.t.de Hedwigepolder in 2007 moeten geregeld geweest zijn, dit was in deze zaak al de 5de Nederlandse move in 7 jaar… De vraag was verder of het Nederlandse parlement dat allemaal zou slikken. Niet dus. De regering geraakte inmiddels om andere redenen “ontslagnemend”  en de Nederlandse Twede Kamer wees dat laatste plan op 22 mei van de hand.  Reply van premier Rutte : “Als ontslagnemend kabinet kun je zo’n dossier best doorschuiven naar een volgend kabinet…”.  Maar daar was de Europese Milieucommissaris, de Sloveen Janez Potocnik, dan weer niet mee accoord. Die ging een juridische procedure starten om de volledige ontpoldering af te dwingen. De gang naar het Europess Hof van Justitie kan wel jaren duren en zou mogelijk geleid hebben tot een miljoenenboete voor Nederland. In september 2012 waren er echter kamerverkiezingen in Nederland. Einde oktober leidde dat tot een bestuursakkoord tussen liberalen en socialisten en volgens dat akkoord zou de Hedwige onder Rutte 2 dan eindelijk toch onder water geraken. Tegen 2016 denkt men klaar te zijn met de onteigeningsprocedures en over te kunnen gaan tot de effectieve ontpoldering. Heel merkwaardig en typisch voor het tegenwoordige hypocriete cynisme van politiekers en ambtenaren is dat eigenaar De Cloedt in heel deze vaudeville geen moment door de “beslissers” gekend of geïnformeerd werd…

ALBATROSFOSSIEL

In de collecties van het Instituut voor Natuurwetenschappen te Brussel (KBIN) staken al ruim een eeuw 30 miljoen jaar oude fossiele botten uit Terhagen bij Rumst (A.) van een onbekende Albatrossoort, maar die geraakten nu pas grondig onderzocht. De botten vormen het oudste bewijs van de aanwezigheid van albatrossen in het Noordzeegebied tijdens het Tertiair, de periode van 65 tot 2,6 miljoen jaar geleden. Vroeger werden in het Noordbrabantse Langenboom (NL) ook al albatrosfossielen gevonden uit het Plioceen : 5,3 – 1,8 miljoen jaar geleden. Vandaag komen albatrossen vnl voor boven de zeeën van het zuidelijk halfrond.

BERGGORILLA

In onze rubriek Wereld rapporteren we onder Congo over de miserie in het Virunga Nationaal Park en de impact ervan op de olifanten. Aan de andere kant lijkt de berggorilla er niet zo onder te lijden. Volgens een telling uit september 2011, pas in november 2012 bekendgemaakt door de Oegandese minister van toerisme Maria Mutagamba, zouden er in de grensstreek tussen Oeganda, Roeanda en Congo ongeveer 880 berggorilla’s zitten (waarvan de helft in Oeganda, vnl in het Bwindi National Park) : dat is bijna 200 meer dan in 2006. De berggorilla heeft sinds 1996 het label “ernstig bedreigd”, dat is maar een trapje verwijderd van “uitgestorven” : door de schuld van de stropers en de oorlogen in de streek. Maar er zou dus beterschap zijn…
(Radio Simba Ffemwe Mweffe, Kampala : www.simba.fm)

BIJEN TELLEN

De bijen zitten in de shit.  De laatste jaren zagen imkers al 20% van de honingbijpopulatie sterven, vermoedelijk door een parasiet die bijenbloed zuigt en de dieren verzwakt. Ook veel wilde bijen verdwijnen, ruim de helft van de soorten in de Lage Landen staat op de bedreigd-lijst.  Om mensen wat meer in contact te brengen met het probleem en om te weten te komen  welke bijensoorten er nog meest gezien worden, zijn er nu ook bijentelweekends. Je kiest een zonnnige periode van 30 minuten en je zoekt in de tuin naar bijen op bloemen, bladeren en open grond. Probeer ook foto’s te maken, want het is nog niet zo simpel om bijensoorten te onderscheiden.  Op de website www.jaarvandebij.nl staat een zoekkaart met afbeeldingen van 20 soorten.  Je vindt er ook andere doe mee-tips. Als iedereen bvb in zijn tuin een lavendelplantje zou neerzetten… Je telresultaten kan je kwijt aan die site ofwel aan ons (nieuwsbriefnatuur2000@hotmail.com).

BRUINVISSEN OOSTERSCHELDE

Tegenwoordig leven er zo’n 300.000 bruinvissen in de Noordzee. Bij ons waren bruinvissen enkele tientallen jaren geleden nog erg zeldzaam. Van 1995 af nam het aantal waarnemingen sterk toe, ook in de Oosterschelde. Bij de Oosterscheldebrug of vanaf de dijken kan je nu en dan de rugvin van een bruinvis uit het water zien steken.  Sedert 2009 worden in de regio tellingen uitgevoerd door de Stichting Rugvin. Daartoe kammen parallelvarende boten de Oosterschelde uit. Een scan op 26 juni 2011 gaf na uitsluiting van dubbeltellingen 61 dieren. Rugvin doet ook akoestisch onderzoek met C-pods (digitale onderwatermicrofoons). I.v.m. dat onderzoek worden om de 6 weken vrijwilligers gezocht voor het ophalen en omwisselen van de C-pods. Meld je daarvoor aan via
rugvin@planet.nl

BUIZERDTREK

Een roofvogel die de laatste jaren een verbazingwekkende opmars uitvoert in de Lage Landen is de buizerd. Einde jaren zeventig was er nog sprake van 1650 broedgevallen, momenteel zijn dat er misschien wel 10.000. Waarom het juist de buizerd zo voor de wind gaat en andere roofvogelsoorten niet is niet helemaal duidelijk. In de herfst (oktober) komen er ook buizerds uit noordelijker streken naar hier om te overwinteren. Naar schatting zijn dat er bij ons zowel als in Nederland een 80.000. En dan is er nog het aparte verschijnsel van de sneeuwtrek : buizerds uit Noord- en Oost-Europa die onverwacht slecht weer daar ontvluchten en naar onze streken afzakken op zoek naar voedsel. Op 11.12.2012 telde men zo aan de Défilé de l’Ecluse-bergpas in de Haute-Savoie (grens Frankrijk-Zwitserland) een record van 10.717 trekkende buizerds. Hier te lande worden begin 2013 m.d. 10.000 extra-buizerds verwacht na een ongeziene winterprik in het noordoosten van Europa, die daar het voedsel van de buizerds bedolven heeft onder een ongewoon dik pak sneeuw…

CHIMPANSEES HEBBEN GEEN KANKER

Tussen mensen en chimpansees zijn er maar 1,3% genetische verschillen. Bij mensen is kanker zowat de belangrijkste doodsoorzaak, chimps krijgen dat maar hoogstzelden en als ze het al krijgen is het een heel ander type. De sleutel ligt niet in het kleine genetische verschil, dat kan wel verschil geven in vatbaarheid voor en antwoord op bepaalde andere aandoeningen. Wel in epigenetische verschillen (epigenetica = regularisatiemechanisme buiten de genen om waarbij stukken DNA afgeschermd worden, niet afgelezen kunnen worden). De honderden genen die hier een rol spelen zijn bij de grote apen sterker gemethyleerd : die verschillen in methylering moeten de ontwikkeling van aandoeningen bij één diersoort en niet bij een andere beïnvloeden. Daarnaast zal ook de omgeving wel een rol spelen bij dat methyleringsproces .Hopelijk geeft een en ander aanleiding tot nieuwe ontdekkingen voor de strijd tegen kanker…
(Bron : Artsenkrant 2263, 21 september 2012 en American Journal of Human Genetics, 23 augustus 2012)

GEVEDERDE DINO’S

De meeste paleontologen nemen aan dat onze vogels afstammen van een groep gevleugelde dinosaurussen, de Maniraptora (met o.m. de Archaeopteryx). Maar waar komen die vleugels vandaan ? Een recent en meer nauwgezet Canadees onderzoek van een in 1995 ontdekt Ornithomimus-skelet doet denken dat vleugels en veren veel eerder dan gedacht in de evolutie van de dinosaurussen opdoken. De ornithomimosauriërs leken op struisvogels en hun fossielen zijn miljoenen jaren ouder dan die van de Maniraptora. Het gaat om de meest primitieve dinosauriërs met vleugelachtige structuren die we kennen, maar die “vleugels” dienden niet om te vliegen bij deze 3 meter lange en 150 kg wegende dieren, de vleugels en veren lijken meer een rol te hebben gespeeld bij het voortplantingsgedrag : het versieren van een partner en dgl. Pas later heeft de evolutie die structuren aangepast aan een nieuw doel, het vliegen. Een en ander wordt uit de doeken gedaan in een rapportartikel dat dr. Darla Zelenitsky van de unief van Calgary samen met enkele collega’s eind oktober 2012 publiceerde in Science.
(Darla K. Zelenitsky et al. Feathered Non-Avian Dinosaurs from North America Provide Insight into Wing Origins. Science 26 October 2012 : Vol.338 n°6106, pp.510-514. DOI : 10.1126/science.1225376)

DOOD DOET LEVEN – RUIMTE VOOR AASETERS

In navolging van de Stichting Kritisch Bosbeheer die in de jaren 1970 al pleitte voor het laten liggen van dood hout in bossen, lanceerden enkele Nederlandse natuurorganisaties (die terzake al soortgelijke initiatieven namen in het verleden, zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) onlangs een project om dode dieren weer een plek te geven in de natuur en om de zgn. kadaverfauna zoals wouwen en raven meer kansen te geven. Dat past perfect in de nieuwe inzichten in natuurbeheer die zich de laatste 20 jaar ontwikkelden (aaneengesloten, met corridors verbonden natuurgebieden die tegen een stootje kunnen en die ook bevolkt worden met herten, paarden, riunderen…). De bedoeling is om bvb aangereden wild naar een natuurgebied in de directe omgeving te brengen en daar de belangstelling van grote asseters te wekken. Dat veronderstelt een redelijk continue aanvoer van dode dieren, op momenten van kadaverschaarste eventueel aangevuld met muskus- en beverratten. Vanuit Vlaanderen zijn ook het Vlaamse Agentschap voor Natuur en Bos (o.m. in het Zoniënwoud) en het Limburgse Regionale Landschap Kempen en Maasland op de kadaverkar gesprongen.
(www.dooddoetleven.nl)

ECOAST MARINE RESEARCH

eCOAST BVBA (Esplanadestraat 1,8200 Oostende) is een onafhankelijk onderzoekscentrum gespecialiseerd in mariene wetenschappen : een spin-off van de UGent en het Vlaamse Instituut voor de Zee. De e staat voor environment, ecology,economy, energy en de instelling peilt o.m. naar de impact van offshore-windinstallaties op het ecosysteem. Maar er zijn uiteraard nog meer werkvelden. Eind 2011 werd bvb voor onze kust meegedaan met het Europese Waste Free Oceans-project. Met een speciaal net werd op drijvend afval gevist, de resultaten vielen echter tegen : slechts 2,8 stuks per km². Omdat een deel van het afval buiten het bereik van het net drijft en ook omdat de Noordzeestromingen het afval weinig gelegenheid geven om zich op te hopen. Nochtans komt elk jaar zo’n 20.000 ton afval in de Noordzee terecht, 60 à 80 % daarvan bestaat uit plastic (gevolg : bij onderzoek naar de maaginhoud van stormvogels bleek 95% ervan gemiddeld 35 stukjes plastic in de maag te hebben). Schepen inzetten om die afval terug op te vissen lijkt in elk geval weinig zinvol. Beter zou vermeden worden dat plastic in zee terechtkomt…
(www.ecoast.be)

EVERZWIJNEN IN LIMBURG

Ann-Sofie Dekeyser is een 2 jaar geleden afgestudeerde freelance journaliste die zich nu en dan wel eens graag aanstelt. Eind oktober 2012 ontketende zij in De Standaard een polemiek over de everzwijnen in Vlaanderen, meerbepaald Limburg. Momenteel zitten daar zo’n 1300 evers en die waren of worden al onderwerp van symposia en proefprojecten. Everzwijnen behoorden eeuwenlang tot de Vlaamse natuur.

Door ontbossing en bebouwing waren ze 50 jaar geleden volledig uit onze contreien verdwenen. Hun comeback is een raadsel : losgelaten of natuurlijke migratie ? In Wallonië en onze andere buurlanden zijn er altijd grote populaties evers gebleven. Volgens studies is 1 à 4 evers per hectare in elk geval het toelaatbare maximum, dat betekent voor Limburg maximaal 2.400 dieren. Everzwijnen kweken goed, om de situatie onder controle te houden moeten er per jaar 1000 geschoten worden. De gewone jacht is toegelaten van 1 oktober tot 31 december (er bestaat ook bijzondere jacht : op het militair domein “Kamp Beverlo” te Leopoldsburg bvb van juni tot september). Maar niet op eender welke manier. Eigenlijk is alleen de aanzitjacht toegestaan, die met het lange wachten op de jachtkansel (= uitkijktoren) en dat tot 1 uur na zonsondergang : terwijl evers eerder ’s nachts actief zijn. Voerlokken en drijven, al dan niet met honden, is verboden. Weinig jagers houden zich daar allemaal aan en de Vlaamse Gemeenschap, via haar Agentschap Natuur en Bos, laat het oogluikend toe. Dekeyser ging mee jagen in de vallei van de Zwarte Beek, vlakbij het reeds genoemde militaire domein van Leopoldsburg.

Dat gaf jagersvertegenwoordigers de gelegenheid om hun ongenoegen te uiten over de schade die “die lelijke beesten” toebrengen aan maisvelden en graasweiden, over het gevaar voor het verkeer en aan de beperkingen opgelegd aan de jacht : de gewone jagers mogen niet jagen op de gebieden beheerd door ANB of Natuurpunt. In haar reactie daarop speelt de vereniging Natuurpunt de bal dan weer door naar de Vlaamse beleidsverantwoordelijken : zij wil dat er dringend werk wordt gemaakt van een beleid dat het samenleven van mens en everzwijn regelt en rekening houdt met de bekommernissen van landbouwers, jagers en natuurbeheerders. Het everzwijnenbeleid moet gebaseerd zijn op het beperken van de schade, niet op het in het wilde weg afschieten van dieren. En de doelstellingen die in natuurgebieden moeten gehaald worden mogen niet in het gedrang komen. Wat voornoemde schadebeperking betreft is er zeker nood aan een goede juridische regeling, naar het voorbeeld van Nederland en Frankrijk. De everproblematiek maakt nog maar eens de noodzaak duidelijk van de realisatie van grote, aaneengesloten natuurgebieden. Die bieden een veilig onderkomen aan allerlei grote dieren zoals herten, otters, bevers en uiteraard ook evers…
(De Standaard, 27 en 29 oktober 2012)

EXOTISCHE HUISDIEREN

Honden en katten zijn te gewoon geworden voor helaas veel idioten, die verkiezen tegenwoordig slangen, hagedissen, meerkatten en apen. Door hun onvoorspelbaarheid kunnen dit soort pets wel gevaarlijk worden, zij kunnen verder nieuwe ziekten verspreiden en ze zien zelf af of sterven zelfs rapper (90% van de reptielen). Gevolg : de baasjes geraken ze nog vlugger moe dan de traditionele huisdieren en geven de gemeenschap nieuwe achtergelaten lastposten bij… De wilde dieren-organisaties Endcap en Born Free publiceerden hier begin oktober 2012 hun rapport “Wild Pets in the European Union” over. Ze wijzen er op dat een en ander de biodiversiteit, de ecosystemen en de volksgezondheid bedreigt (zoonoses !). In de landen van herkomst worden habitats verstoord en bij ons wordt er grof geld aan verdiend. Endscape en Born Free vinden dat de EU hier maar eens dringend werk van moet maken.
www.bornfree.org.uk
BornFreeFoundation@sut5.co.uk

HANTA

In het populaire Curry Village in het Amerikaanse Yosemite National Park stierven deze zomer 3 toeristen aan de gevolgen van een hantavirus-infectie. Dat virus zit in de urine, de uitwerpselen en het speeksel van knaagdieren als de Amerikaanse hertmuis, op campings vaak op zoek naar een makkelijke hap. Je krijgt het als mens binnen door gewoon lucht in te ademen waarin aerosols met het virus voorkomen. Je hebt dan een zgn. zoönotische infectie (= van dierlijke oorsprong) en je krijgt na 1 à 6 weken de indruk dat jou een ‘kwade griep’ overkomen is. In feite manifesteert zich een cardiopulmonaal syndroom : vocht in de longen en een afnemende efficiëntie van het hart, wat soms tot de dood leidt. In Europa is de belangrijkste virusdrager de rosse woelmuis. Bij ons zit die vooral in de Kempen en in de Ardennen. In het hantavirusreferentielab van de KUL krijgen ze elk jaar honderden hantavirusinfecties gesignaleerd, tot vandaag weliswaar nog geen dodelijke : bvb van een man die in de Kempen een muizennest ‘opruimde’ in zijn paardenstal. De virusstam waarmee we hier te maken krijgen heet Puumaala ofte PUUV naar een Fins dorp waar in 1983 een PUUV-besmette muis werd gevangen. Die stam geeft vooral nierproblemen. Pas dus op als je op de ene of andere manier met knaagdieren te maken krijgt, griep voelt en nierinsufficiëntie vertoont. Tricky is dat zoiets ook kan wijzen op infectie door de beruchte EHEC-bacterie…
(Bron : Artsenkrant 2262, 18 september 2012)

HOOP VOOR DE HOP ?

De hop was ooit een regelmatig voorkomende broedvogel in de Lage Landen, maar sedert 1970 werd hij bij ons nog hooguit als doortrekker gezien, in april/mei en september/oktober (op 03.09.2012 is er bvb nog één gespot in de Gentse Zeehaven). De laatste broedgevallen waren in 1979 bij ons en in 1995 in Nederland. Maar op 20.06.2012 vloog er terug een hoppenjong uit op het landgoed De Hamert, tussen de Maas en de Duitse grens gelegen in Nederlands Limburg… Kan een en ander te maken hebben met de klimaatverandering en het oprukken van zuidelijke insectensoorten ?

TOEKOMST VOOR DE IEP ?

Eeuwenlang was de iep beeldbepalend voor grote stukken van het landschap in wat nu Nederland en Vlaanderen is.De statige boom is dan ook bestand tegen krachtige wind, laat bijna nooit hout vallen, stelt weinig eisen, kan letterlijk tegen een stootje. Maar niet tegen de Dutch Elm Disease, de beruchte iepziekte. Daarom durven veel groenbeheerders nauwelijks nog iepen aanplanten. Om de boom weer toekomst te geven testten onderzoekers van de Wageningse unief nieuwe iepenrassen op de ziekte. Een flink aantal daarvan blijkt daadwerkelijkl ongevoelig. Dat zou beheerders weer vertrouwen moeten geven, zodat ze opnieuw iepen gaan aanplanten.Dit gebeurt alvast in Zeeland. Daar vormde de “Belgica” (Ulmus Hollandica Belgica) van op de dijken en langs de wegen, samen met de populieren, het groene gezicht van het land. Ondertussen verdwijnen de oudere, monumentale iepen er wel in rap tempo. Op de Bevelanden rest nog een handvol langs de Postweg bij Lewedorp. Dat verval heeft ook ecologische gevolgen, want op iepen leven veel insecten en epifyten : iepen hebben zo een belangrijke functie voor de biodiversiteit. Alle hoop rust nu dus op de nieuwe rassen, maar tot dusver hebben die natuurlijk nog niet de allure die de Belgica had…

INVASIEVE EXOTEN

De overlast door invasieve plant- en diersoorten is ook bij ons al tientallen jaren een probleem. Doordat ze geen natuurlijke vijanden hebben, bedreigen deze soorten de biodiversiteit. Ze veroorzaken ook economische schade. Voor ons land wordt die geschat op zo’n miljard euro. In dat bedrag zit niet alleen het uitroeien maar ook het verlies aan landbouwgrond, ziektekosten etc. Bekende overlastsoorten zijn bvb de stierkikker, de Japanse duizendknoop en de Amerikaanse vogelkers. Minister Schauvliege opende midden april 2012 een meldpunt en de groensector engageerde zich om 28 plantensoorten niet  meer te kweken of aan te planten.

KALMTHOUTSE HEIDE : RECENTE WAARNEMINGEN

Na de sterke dunning van een aantal bosgebieden neemt het aantal nachtzwaluw-territoria in de Kalmthoutse Heide duidelijk toe : in het Nederlands gedeelte werden er dit jaar 71 geteld, in het Vlaamse gedeelte 45. In de Houtduinen (domein Groote Meer) zijn dan weer 20 exemplaren van de zeldzame liggende vleugeltjesbloem gevonden en op een stuk afgeplagde heide aan de noordkant van de Kleine Meer blijkt een 50 m2-grote groeiplaats van gesteeld glaskroos te zijn ontstaan. En tijdens de zachte nacht van 16 op 17 juni werd een exemplaar van het zandkroeskopje gevangen in een lichtval : een nachtvlindertje dat vrij algemeen voorkomt op de zandgronden van de Nederlandse Veluwe, maar dat bij ons tot dusver onbekend was. In 3 vallen in de Hazenduinen werden verder 51 exemplaren van de zandstofuil gevangen, een typische bewoner van open zandgronden.
(Wissels nr.50, december 2012)

WILDE KAT TERUG

Voor het eerst in 150 jaar werd er opnieuw een Europese wilde kat gespot in Vlaanderen. Het dier werd op 24.09.2012 gefilmd in het natuurgebied Smeetshof te Bocholt, dat nu deel uitmaakt van het grenspark Kempen-Broek en dat ooit samen met het Nederlandse Wijffelterbroek een groot grensmoeras vormde. Het dier moet de Maas overgestoken zijn, de dichtstbije populatie leeft 100 km verder in Wallonië. In het voorjaar werd in hetzelfde gebied ook al een otter gefilmd.

DE KIKKERVRAAG VAN DE NWQ

Eind 2012 zond de Nederlandse VPRO-TV weer eens de nationale wetenschapsquiz uit. Er was ook een kikkervraag bij : Hoe komt het dat kikkers dode muggen links laten liggen ? Omdat die niet bewegen of omdat die onaangenaam ruiken of omdat die geen geluid maken ? Het goede antwoord is A. Kikkers kunnen nl. alleen maar bewegende beelden waarnemen en ze zullen dus dode muggen of vliegjes niet opmerken. De zintuigen van kikkers werken effectief op een andere manier. Ze kunnen ruiken, maar ze gebruiken geur alleen om zich te oriënteren : bvb om hun poel terug te vinden. Gehoor speelt een rol in de communicatie met soortgenoten, ze kwaken er in de paartijd lustig op los. En het kijken gebeurt ook anders. Ze houden hun ogen stil (dus zonder de menselijke continue minuscule bewegingen ofte microsaccades), waardoor het beeld van de wereld om hen heen wel vervaagt na enkele seconden. Vliegt er een vliegje in hun gezichtsveld, dan zal dat opgemerkt worden en verorberd; een dode vlieg beweegt niet en blijft dus onzichtbaar voor de kikkers…

HET KORHOEN TOTAAL WEG UIT DE LAGE LANDEN ?

Natuur 2000 had ooit iets met korhoenders. In de jaren 1970 hielden we speciale weekendkampjes om tegen einde april voorzichtig de bolderende korhanen in de Kalmthoutse Heide te observeren.  We moesten er dan al eens het tot onze ergernis midden op de bolderplaats opgestelde tentje van vogelfotograaf Marcel Verbruggen bijnemen… Sindsdien is er veel veranderd. Op de Kalmthoutse Heide zijn er geen  korhoenders meer. In de Lage Landen vind je vandaag nog hooguit  een handvol vogels : op de Hoge Venen in de Oostkantons (een 20-tal bij het Signaal van Botrange) en op de Holterberg in het Nederlandse Nationale Park De Sallandse Heuvelrug. Er zijn daar o.m. ontbossingen verricht om het korhoen te helpen, tevergeefs. Heeft het klimaat, de zachte winters, de natte lentes, er mee te maken ?  Ook de verzuring, de vermesting, de vergrassing van de natuurgebieden waar ze nog voorkwamen (destijds werden bvb de weiden  vlakbij de Kalmthoutse bolderplaats rond Pasen nog volop bemest) wordt met de vinger gewezen. En zelfs het jarenlange plaggen, maaien en opschonen van de heide… De aandacht gaat sindsdien  naar uitzetprojecten : in Noord-Brabant, op de Veluwe en op voornoemde Sallandse Heuvelrug. Daar zitten momenteel op 916 ha nog een tien vogels. Voor de “bijplaatsing” wordt uitgekeken naar Zweedse korhoenders, het gaat om een 2 jaren-project dat gekoppeld is aan onderzoek naar de leefomgeving en naar de ongewoon hoge sterfte onder de overblijvende korhoenders en hun jongen. De kuikens die geboren worden overleven nl. niet meer, er moet iets mis zijn met het voedselaanbod – kuikens eten vnl. grote insecten zoals rupsen. Dat laatste stelt natuurlijk vraagtekens bij de geplande bijplaatsing. Overigens gaan ook in Duitsland, Groot-Brittannië en Zweden de populatiegrafieken naar beneden. Alleen in Noord-Scandinavië en Rusland scharrelen er nog zee grote aantallen (miljoenen) korhoenders rond.

KOSMISCH MYSTERIE

In de jaarringen van ceders van rond 775  ontdekten Japanse onderzoekers een veel hoger gehalte aan Koolstof 14 , een radioactief isotoop dat ontstaat door de botsing van kosmische stralen met stikstof in onze atmosfeer. De aarde moet in de 8ste eeuw dus getroffen zijn door een mysterieuze kosmische straling.  Maar welk kosmisch verschijnsel ?  Mogelijk een zonnestorm, maar dan een die een pak krachtiger was dan ooit ontdekt…  Een supernova is onwaarschijnlijk, want de gevolgen daarvan zouden nu nog in de lucht zichtbaar zijn…

HET ONTSTAAN VAN DE MAAN
(Zie ook Nieuwsbrief 2011, blz 26)

Over het ontstaan van de maan blijven de discussies duren, omdat er ook regelmatig nieuwe info bekend geraakt. Ons zonnestelsel kende een roerige ontstaansgeschiedenis. Ook de geboorte van de maan werd toegeschreven aan een catastrofale inslag op de pas gevormde aarde van “Theia”, een kleinere protoplaneet ter grootte van Mars.  Binnen enkele tientallen  jaren zou er uit de brokstukken van die botsing een nieuw hemellichaam zijn samengeklonterd – onze maan. Volgens die “Big Splash”-theorie zou de maan dan voor minstens 40% uit materiaal van Theia moeten bestaan. Maar het maanonderzoek van de voorbije decennia wees uit dat het maangesteente op atomaire schaal identiek lijkt aan dat van de aardse mantel ! Beide soorten gesteente bevatten bvb exact dezelfde relatieve hoeveelheden aan twee titaan-isotopen. Voor de bedenker van de Big Splash-theorie, William Hartmann van het Planetary Science Institute te Tucson, Arizona (VSA)  is dat geen probleem. Hij ging er in 1974 van uit dat Theia in hetzelfde deel van het zonnestelsel ontstond als de aarde en dus een vergelijkbare (isotopen)samenstelling had.

Naast de Big Splash-theorie bestaan er nog een 3-tal andere theorieën ober het ontstaan van de maan.
George Darwin (de zoon van) suggereerde honderd jaar geleden al dat de maan gewoon uit de mantel van de aarde is voortgekomen : een “splitsing” na een (kleinere) botsing met een planetoïde.

Het zou ook mogelijk zijn geweest dat de pasgeboren aarde een paar miljard jaren geleden zou zijn geraakt door een ijzig hemellichaam uit de buitendelen van het zonnestelsel. Zo’n superkomeet zou bij de botsing zijn verdampt, met daarna uitwisseling tussen de resulterende stoomwolk. en het gesmolten aardoppervlak. Een ijzige Theia bevat feen metalen zoals titaan, dus al het titaan in de maan is afkomstig van de aarde.

En tenslotte is er dan nog de Explosietheorie. Volgens die hypothese is de maan uit de mantel van de aarde  geschoten door een gigantische, inwendige kernexplosie…
Buiten de vragen over haar ontstaan, zitten we overigens nog met andere raadsels m.b.t. de maan.
Waar komt het magnetisme  van sommige maanstenen vandaan (gegeven de kleine kern van de maan) ?
Van waar komen de grote donkere inslagbekkens (het “mannetje op de maan”) ?
Waarom is de korst aan de achterkant van de maan twee keer zo dik als aan de voorzijde ?
Hoeveel ijs ligt er op de bodems van de kraters aan de noord- en zuidpool van de maan
(Naar een bijdrage van sterrenkundejournalist Govert Schilling  in Volkskrant, 31/3/2012)

MUGGEN

De opwarming van het klimaat zorgt er voor dat meer vreemde muggen in ons land kunnen overleven. Dat maakt de kans op het uitbreken van besmettelijke ziekten, overgedragen door die muggen, een stuk groter. Voor een en ander wordt gewaarschuwd in een op 5 juli aan de UA verdedigde doctoraatsthesis van Veerle Versteirt (Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen), die ook een inventarisatie maakte van de 24 verschillende soorten muggen hier te lande.
(Versteirt V., Taxonomic and Functional Biodiversity of Indigenous and Exotic Mosquito Species (Culicidae) in Belgium).

In Nederland voert men al sedert 2009 regelmatig controles uit op de aanwezigheid van exotische muggen. Daarbij worden specifiek bedrijven geviseerd die handel drijven in gebruikte autobanden. Door de ronde vorm en de waterdichtheid kunnen autobanden lang water vasthouden en zo ideale insectenincubatoren worden. Bij de verplaatsing van versleten banden verspreiden de larven zich over de hele wereld. Door die trafiek is bvb de Aziatische Tijgermug ofte Aedes albopictus (die gevaarlijke virussen overdraagt als dengue, chikungunya en West Nile !) de meest invasieve mug ter wereld geworden. Bij Nederlandse bandenbedrijven werden tot dusver al 3 verschillende exotische muggensoorten aangetroffen : diezelfde Aziatische Tijgermug, de Amerikaanse Rots-poelmug en de Gele Koortsmug.

In eigen land zijn er natuurlijk ook recyclingbedrijven met bandenopslag. Een bedrijf uit Oost-Vlaanderen wordt zelfs met de vinger gewezen als eerste invoerder in Europa van de Tijgermug anno 2000, uit Japan.
Ook in Frankrijk, tot op enkele kilometers van de Belgische grens, zet men grote bestrijdingsmiddelen tegen bvb massa’s Tijgermuggen die rond Rijsel werden gesignaleerd.
(Medlock J.M. e.a., A Review of the Invasive Mosquitoes in Europe : Ecology, Public Health Risks and Control Options. Vector-Borne and Zoonotic Diseases, June 2012, Vol 12 Issue 6 : 435-447)
(Schaffner F. e.a., First Record of Aedes albopictus in Belgium. Journal of the American Mosquito Control Association, 2004/20 : 201-203)

MUIZENJAAR

Het lijkt dit jaar op veel plaatsen weer een goed muizenjaar te worden. In 2011 gaf dat fenomeen in vnl. Noord-Europa bij ons veel waarnemingen van bvb ruigpootbuizerd en velduil (Uitkerkse Polder !). Uit het Utrechtse in Midden-Nederland lopen al van juli 2012 berichten binnen over een echte geboortegolf bij steen- en kerkuilen, ondanks het slechte voorjaarsweer. Dat er overal bovendien meer uilenkasten worden opgehangen, zal ook wel geholpen hebben.
(AD, 21/7/2012)

OTTER TERUG

De laatste keer dat de otter zich in Vlaanderen liet zien was in de jaren 1980. Tot ieders verbazing kon een bioloog van de UA het roofdier onlangs filmen in het provinciaal domein Broek De Naeyer te Willebroek. Enkele weken later dook opnieuw een otter op voor zijn camera, ditmaal in het Limburgse Smeetshof. Gaat de waterkwaliteit er in Vlaanderen op vooruit ?

RODE LIJST IUCN

De International Union for Conservation of Nature is zowat de UNO van de natuurbescherming.  Op de ledenlijst staan regeringen, agentschappen en verenigingen van zowat alle landen. Een van de belangrijke periodieke publicaties van de IUCN is de Red List of Threatened Species.  Op 19 juni 2012, aan de vooravond van Rio20+  (zie rubriek Actualiteit) , werd een update bekendgemaakt.Daaruit blijkt dat het aantal bedreigde dieren en planten wereldwijd toeneemt. Van de bijna 64.000 onderzochte dieren- en plantensoorten zijn er zowat 20.000 met uitsterven bedreigd : 41% van de amfibieën, 33 % van de rifkoralen, 25% van de zoogdieren, 18% van de vleermuizen, 13% van de vogels, 30 % van de coniferen etc.  De update voegt eventjes 2000 soorten toe aan de van vroeger bestaande Rode Lijst.
Meer info :  www.iucnredlist.org)

HET TONGBEEN VAN DE SPECHT

Een specht beukt met een snelheid van 25 km/u tegen massief hout. Goed dat haar schedel daarop voorzien is. Het tongbeen blijkt daarbij cruciaal te zijn : het vangt de krachten van de klap op en verdeelt ze als een schokdemper. Een andere aanpassing zit in de snavel, waar de specht dik sponsachtig bot heeft dat de inslagkrachten absorbeeert.  Dat is ook nodig : vooral op de ondersnavel ondergaat de specht bij het tikken zware spanning.
(De Volkskrant, 28 oktober 2011)

SPINNEN : MIJNSPIN

De gewone mijnspin (Atypus affinis, de vogelspinachtige) is door spindeskundigen uit 24 Europese landen verkozen tot spin van 2013. De spin komt ook voor bij ons, waar ze 1 van de slechts 4 wettelijk beschermde soorten is naast de wespspin, de gerande oeverspin en de waterspin. De gewone mijnspin is zwart of bruin en klein : mannetjes 7 à 9 mm, vrouwtjes 10 à 15 mm. Ook niet direct aaibaar, het is zo’n soort waar de vrouwtjes de mannetjes doden na de paring. Met de spin van het jaar-verkiezing wil men de spinnen in een beter daglicht stellen…

Meer info : Arabel/Arachnologia Belgica, www.arabel.ugent.be

NATUUR IN DE STRAAT

Natuur 2000 deed in de loop van zijn 45 jaar meerdere acties voor meer natuur in de stad.In Nederland neemt de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap gelijkaardige initiatieven, o.m. de campagne Natuur in de Straat. De VNC maakt zich zorgen over de nieuwe generaties mensen die vooral in steden opgroeien, zonder veel binding met natuur en milieu.Daarom wil zij de natuur met haar veelzijdige leven ook in de stad sterk vertegenwoordigd zien, tot op straatniveau.In het kader van de campagne werd een boek “Natuur in de Straat” en een gelijknamig Actieplan gepubliceerd met tal van ideeën. Voor kinderen is er een strip Green Man en een website www.greenman.nl
(www.nederlandscultuurlandschap.nl)

RICHARD FORTEY OVER TRILOBIETEN EN EVOLUTIE

De trilobieten vormen een enorme groep van uitgestorven artropoden, dieren met samengestelde poten. Ze zijn familie van krabben, kreeften en insecten. Zo’n 250 miljoen jaar geleden (!) overheersten ze de wereldzeeën, maar aan het einde van het Permtijdperk verdwenen ze in een uitsterfgolf van het zeeleven.  Alleen de aan de trilobieten verwante degenkrab kon in de kuststroken overleven. De degenkrab werd zo een levend fossiel dat al honderden miljoenen jaren zijn oervorm behield. Voor de degenkrab is de tijd dus blijven stilstaan, terwijl elders na de massale uitsterfgolf de co-evolutie opnieuw begon.De Britse paleontoloog Richard Fortey (°1946) schreef een boek over dit soort “Survivors” en gaf er op 4 april 2012 een lezing over in het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam. Hij wijst er op dat veel ontwerpen ook steeds opnieuw verschijnen in dezelfde omgeving, koraalriffen bvb. Een zelfde leefstijl wekt een zelfde morfologie op. Voor Fortey wordt de evolutie wel beheerst door toeval, maar is zij ook interactief. Een organisme wekt een reactie op in een ander organisme. Zo wordt de algemene intelligentie opgekrikt en heeft de evolutie een (niet voorspelbare) richting, waarbij het ontwerp steeds beter wordt…

BESCHERMDE TROPISCHE REGENWOUDEN VERLIEZEN BIODIVERSITEIT

Wat schiet er nog over van de grote nationale parken die vaak al voor de oorlog in de kolonies van de Europese landen werden gerealiseerd ? In het vroegere Nationaal Albert Park van Belgisch Kongo (°1925, 7800 km²) dat nu Virunga heet en verruïneerd wordt door houtkap, stroperij en Congolese soldaten c.q. rebellen, zijn ze vandaag op zoek naar tientallen “vermiste” berggorilla’s. Elders in de tropen gaat het niet veel beter. Nature (doi : 10.138/nature 11318, published online 25 July 2012) publiceerde in juli 2012 een studie “Averting biodiversity collapse in tropical forest protected areas” van prof. William Laurance (James Cook University Cairns/Australië, Smithsonian Tropical Research Institute, Universiteit Utrecht etc.) cum 215 suis, die voor het eerst de “gezondheid” van tropische bosreservaten in kaart probeert te brengen. De auteurs keken naar 31 groepen planten en dieren en 21 indicatoren voor bedreigingen van de biodiversiteit.

Ze deden dat voor 60 tropische reservaten wereldwijd, van droge savannebossen tot vochtige nevelwouden en van snippers van 160 ha tot lappen van 3,6 miljoen ha. Onderzoek van bossen gebeurt vaak met satellieten, maar dat zegt weinig over de situatie op de grond. Voor deze studie werden daarom ook m.d. 200 veldbiologen, parkwachters e.a. lokale experts geïnterviewd. De resultaten van het onderzoek blijken gevarieerd. Met de helft van de onderzochte reservaten gaat het redelijk tot goed, met de andere helft matig tot slecht.De soortenrijkdom en de ecosystemen die ze moeten beschermen gaan in elk geval snel achteruit. De belangrijkste oorzaak : bosreservaten zijn nauw verbonden met hun directe omgeving; veranderingen in die omgeving blijken voor de gezondheid van een park even belangrijk als wat er binnen het park gebeurt. Zo’n 85 % (!) van de reservaten heeft de laatste decennia een deel van of zelfs al het omringende bos verloren. De gevolgen daarvan dringen de reservaten binnen.

Natuurreservaten volstaan dus niet meer als je de omgeving naar de bliksem laat gaan en de lokale bevolking er niet bij betrekt… Buffers rond reservaten, serieuze verbindingen tussen reservaten (geen smalle corridors) en reductie van de bevolking rond reservaten zijn dus essentieel. Ook moeten duurzame vormen van landgebruik bevorderd worden i.p.v. de traditionele Slash & Burn-landbouw of i.p.v. intensieve plantages. Voor natuurbeschermers zijn deze algemene conclusies wel niet echt verrassend. In eigen land pleitten groene pioniers m.d. 50 jaar geleden, toen het nog kon, voor substantiële buffering rond natuurgebieden als bvb de Kalmthoutse Heide : zonder van de betrokken politici en ambtenaren ook maar enig teken van interesse te bekomen. En nu is het te laat.

P.S. Laurance krijgt op 27 september 2012 te Amsterdam de Heinekenprijs voor de Milieuwetenschappen voor zijn onderzoek naar de effecten van menselijk ingrijpen op het Amazonegebied en voor de manier waarop hij het maatschappelijk debat over de bescherming van tropische ecosystemen stimuleert. Op 1 oktober 2012 geeft hij aan de Utrechtse unief een lezing over zijn Nature-publicatie.

VLEERMUIZEN EN LICHT

Standaard wit licht blijkt vleermuizen te storen, maar van amberkleurig licht hebben ze geen last. Dat leert onderzoek van de Nederlandse Zoogdiervereniging. Vleren zijn niet dol op licht. Hun ogen zijn aangepast aan een lage lichtintensiteit, want ze hebben veel meer van de bekende staafjes dan kegeltjes in hun ogen : kegeltjes helpen kleuren onderscheiden, staafjes zijn lichtgevoelig en helpen waarneming in het donker. Vanwege die lichtgevoeligheid van de staafjes en om te voorkomen dat ze de prooi worden van een uil , proberen ze zoveel mogelijk in het donker te blijven. Vastgesteld is dat vleermuizen op verlichte plaatsen een stuk later uitvliegen, waardoor ze niet kunnen jagen tijdens de piek van de insectenactiviteit. Verlichte jachtgebieden worden minder of niet gebruikt… Vleermuisgeïnteresseerden  van de Zoogdiervereniging wilden daar iets aan doen. Op basis van onderzoek naar de specifieke gevoeligheid van de ogen van onze vleermuizen (hun kleurenspectrum blijkt verschoven naar de kant van blauw en ultraviolet) werd een ledlamp gemaakt met een oranjerode kleur (amber) die effectief een stuk vleermuisvriendelijker bewees te zijn. Bij gebruik van witte straatverlichting aan één kant van een “vleermuizenstraat”  vlogen de vleren het liefst langs de onverlichte kant, bij gebruik van amberlicht vlogen ze langs de twee kanten.
(www.kennislink.nl)

GROTE ROSSE VLEERMUIS IN KNOKKE-HEIST

Bij een onderzoek  naar langs de kust doortrekkende vleren (met automatische geluidencaptatie vanop een flatgebouw op de zeedijk) werden op 20/4/2012 te Heist a/Zee geluidssignalen van een Grote Rosse Vleermuis ofte Nyctalus lasiopterus  opgevangen. Dat is de grootste Europese soort (vleugelspanwijdte 45 cm, gewicht 80 g) en ook een van de zeldzaamste. Voor België zou dit de 22ste vleermuizensoort zijn.

KUHL’S DWERGVLEERMUIS TE OUDERGEM

En op de binnenplaats van het Rode Klooster te Oudergem (rand Zoniënwoud, Brussel) is op 18 augustus 2012 het geluid van een Kuhl’s dwergvleermuis gehoord. Dat is dan de 23ste vleermuissoort voor dit land. De Kuhl’s dwergvleermuis komt vnl. voor in karstgebieden in Zuid-Europa en ook in het oosten tot India. In Europa breidt de soort zich al langer uit naar het noorden, mogelijk door de klimaatopwarming. Het is ook zo dat er bij het onderzoek naar vleermuizen steeds meer gesofisticeerd materiaal wordt ingezet…
(www.natagora.be/plecotus)

P.S. Heinrich Kuhl (°1797) was een gedreven Duitse zoöloog/ornitholoog/entomoloog enz. die assistent werd van Coenraad Temminck in het Museum te Leiden. In 1817 publiceerde hij een monografie over vleermuizen en in 1820 reisde hij samen met zijn maat en collega-zoöloog Johan van Hasselt af naar Java in Nederlands-Indië, waar hij 9 maanden de dieren van het eiland bestudeerde en o.m. 2000 vogels en 1400 vissen naar Leiden stuurde. In 1821 deed hij echter een leverinfectie op en stierf hij te Buitenzorg (nu : Bogor, Indonesië), 24 jaar oud. Zijn naam leeft voort in de namen van vele dieren, o.m. de Kuhls pijlstormvogel. Van Hasselt (ook °1797) kon zijn werk twee jaar voortzetten, om in 1823 te sterven…

VLEERMUIZEN : EVOLUTIE & GENOOMANALYSE

Vleermuizen bestaan minstens 50 miljoen jaren (cfr fossielen). Er is dus veel evolutie en specialisatie mogelijk geweest, die hun een eigen ecologische niche bezorgden : het vliegvermogen, de “overwintering”, de echolocatie… Recent genoomonderzoek door een internationaal wetenschappersconsortium gaf einde 2012 meer zicht op hoe het precies zit met die aanpassingen. Het onderzoek werd gedaan op 2 vleersoorten, de insektenetende overwinteraar Myotis davidii uit China en de fruitetende zwarte vliegende hond Pteropus alecto, die ook niet met echolocatie werkt.
Het vleermuizengenoom is redelijk compact : 2 miljard basenparen, vgl het menselijk genoom met 3 miljard. Dit helpt vleren m.b.t. de vele energie nodig voor het vliegen (er zijn soorten die 1000 km vliegen op 1 nacht). Bij het produceren van die energie komen toxische zgn. vrije zuurstofradicalen vrij die het DNA kunnen beschadigen. Deze schade moesten de vleermuizen aanpakken, wilden ze hun vliegvermogen ontwikkelen en zo blijken er in de loop van de evolutie genen geselecteerd re zijn voor de reparatie van DNA-schade. Deze genen, die ook over het immuunsysteem van de vleren gaan, ondergingen het snelst veranderingen. Een en ander legt misschien uit waarom vleermuizen relatief ziektenvrij zijn en lang kunnen leven. Ook de verschillen tussen de twee onderzochte vleersoorten geraken verklaard. De insekteneter heeft bvb veel meer genen die betrokken zijn bij echolocatie en winterslaap dan de fruiteter…

(Guojie Zhang cs, Comparative Analysis of Bat Genomes Provides Insight into the Evolution of Flight and Immunity.
Science, 2012. DOI : 10.126/science-1230835)

Info : zhanggi@genomics.org.cn

VOGELZANG

Hier wat tips voor beginners die wat willen opsteken van de geluiden die vogels produceren :
1. Neem ruim je tijd, vogelgeluiden assimileer je niet op 123.
2. Leer eerst goed de geluiden kennen van de meest algemeen voorkomende vogels.
3. Doe je kennis op in de natuur, best terwijl je de vogel echt ziet zingen.
4. Begin er zo vroeg mogelijk in het jaar mee, wanneer er nog niet zoveel vogels door elkaar zingen.
5. Vogelzang-cd’s kunnen helpen wanneer je bevestiging zoekt van wat je hoorde en om vogelzang te vergelijken
6. Ga zoveel je kan mee met een kenner die z’n kennis wil delen.

ZOETWATERMOSSELS

De Vereniging voor Conchyliologie wil de verspreiding van inheemse en uitheemse zoetwatermossels in kaart brengen, op de eerste plaats de grote zoetwatermossels of Najaden. De Vereniging vraagt daar hulp voor van alle geïnteresseerden. Meer info : www.bvc-gloriamaris.be of n.severijns@scarlet.be)

WHALE WARS

Discovery Channel TV zendt vanaf juli 2012 de tv-serie Whale Wars uit. Die gaat o.m. over de jaarlijkse bloedige grienden-funslachting op de Faeröer-eilanden. Het wordt daar verdedigd als ‘traditie’ en het wordt aangeklaagd door Sea Shepherd, de internationale organisatie tegen de walvissen- en zeehondenjacht die in 1981 gesticht werd door Paul Watson. Watson had tevoren ook Greenpeace mee opgericht, maar hij vond dat deze organisatie bijlange niet meer uitdroeg waarvoor zij was opgericht. Sea Shepherd  gispt het grove geldbejag dat met de walvissen- en robbenjacht wordt nagestreefd, ook de  blauwvintonijnenjacht, de illegale haaienvinnenjacht van op de Galapagos-eilanden, Costa Rica enz. Bij de soms harde acties  worden schepen en zodiacs ingezet , zoals destijds ook Greenpeace deed. Een en ander kweekt natuurlijk tegenstanders. Costa Rica wil Paul Watson berechten omwille van voornoemde haaienvin-acties. Omdat dat land een uitleveringsverzoek deed mocht hij Duitsland, waar hij verbleef, midden 2012 niet uit. Er wordt daar nu tegen gepetitioneerd, met de steun van celebrities als Pamela Anderson, ,Brigitte Bardot, Pierce Brosnan, The Red Hot Chili Peppers enz.
(www.seashepherd.org)

WINTERSLAAP

Bij winterslaap verlagen warmbloedige dieren hun stofwisseling om energie te sparen. Hierdoor koelt hun lichaam af tot een paar graden boven de omgevingstemperatuur. Niet alle winterslapers blijven de hele winter in die zgn. torpor-toestand. Heel wat soorten warmen na een periode terug op om dan aan een nieuwe cyclus te beginnen : vleermuizen bvb. Sommige kleinere dieren zoals muizen gaan dan weer niet echt in winterslaap, maar doen dagelijks enkele uren aan torpor. Omdat die opwarming tussendoor toch veel energie kost, zou het op het eerste zicht voordeliger zijn om ook zoals bvb de beren maandenlang koud te blijven, maar beren zijn goed geïsoleerd zodat ze sowieso niet onder de 30°C gaan tijdens hun torpor. Kleinere dieren kunnen dat niet. Vermoedelijk warmen ze tussentijds op om hersenschade te voorkomen. Die schade kan ontstaan door fosforylering van tau-eiwit.

Normaal maken tau-eiwitten deel uit van gezonde zenuwcellen. Ze verstevigen het skelet van de cel en helpen bij intercellulair stoffentransport. Het is nog niet duidelijk of de ophoping met fosfaatgroepen  een fysiologisch doel dient : bepaalde hersendelen “uitschakelen”, het energieverbruik van de zenuwcellen beperken ?  Bij mensen leidt (irreversibele) fosforylering van tau-eiwit tot serieuze schade, Alzheimer bvb., maar winterslapende kleine diersoorten kunnen dus terugschakelen naar de normale toestand. Daarbij zijn diverse enzymen betrokken. Misschien kunnen deze stoffen ooit een aangrijpingspunt zijn voor een behandeling van Alzheimer ?
(Bron : Ate Sake Boerema, The brain at low temperature – Neuronal and behavioural dynamics in mammalian hibernation and torpor. Thesis verdedigd in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen op 16 maart 2012. Zie ook Artsenkrant 2233 van 6 april 2012)

NIEUWE WOLKENSOORT

De Britse Cloud Appreciation Society heeft bij de World Meteorological Organization, een onderafdeling van de Verenigde Naties,een aanvraag gedaan om een nieuwe soort wolk te erkennen : de Undulatus asperatus, een er nogal golvend en sluierachtig en dreigend uitziende wolk die soms ook aan rimpelend water doet denken, voor het eerst gefotografeerd in 2006 en vooral waargenomen in de VSA, Engeland en Schotland, ’s ochtends na stormweer. Bij een officiële erkenning wordt die nieuwe wolk opgenomen in de International Cloud Atlas. Die onderscheidt 10 hoofdgeslachten, werd voor het eerst uitgegeven in 1896 en het laatst bijgewerkt in 1975/1987 : de laatste keer dat er een nieuwe wolk werd toegevoegd was in 1951.
P.S. Voor wolkenfreaks : een elementair overzicht van de wolken bij ons vind je in de Wolkentabel van Dekker/Petersen (Jeugdbondsuitgeverij), andere wolkenboeken zijn Häckel, Wolken en Hamblyn, Het Wolkenboek (Tirion Natuur).

WWF

Het World Wide Fund for Nature (ex-World Wildlife Fund) werd in 1961 opgericht op aandringen van UNESCO-directeur Julian Huxley die bekommerd was om de teloorgang van de natuur in Afrika.  In dezelfde periode kreeg de Londennse Zoo haar eerste reuzenpanda : die werd meteen het symbool van het WWF-werk voor de natuur. Vandaag kan het WWF rekenen op m.d. 5 miljoen sympathisanten en heeft het m.d. 1200 projecten in m.d. 100 landen. Voor de komende tijden  heeft het WWF 10 prioriteiten:

01.De bossen redden
02.Duurzaam bosbeheer
03.De tropische zeeën beschermen
04.Duurzame visvangst verzekeren
05.Bescherming van zoetwater, essentieel voor het leven op aarde
06.De strijd tegen de stropers
07.Samen,werking met de lokale bevolking, pijlers van het natuurbehoud
08.Energie-efficiëntie verbeteren
09.De bescherming van het milieu in China, de sleutel tot een duurzale toekomst
10.De wereld mobiliseren voor een duurzame toekomst

(www.wwf.be)

EUROPEES ZEEONDERZOEK : OOSTENDE

We signaleerden reeds eerder dat het Vlaams Instituut voor de Zee ofte VLIZ (www.vliz.be) zich vestigde in de InnovOcean site aan de Wandelaarkaai 7 te Oostende, in de voormalige pakhuizen van de vismijn. De Europese Commissie heeft nu beslist om het secretariaat van het Europees Mariene Observatie- en Datanetwerk (EMODnet) naast het VLIZ op die InnovOcean site te huisvesten. Met de komst van het netwerk wordt een unieke rijkdom aan gegevens, verzameld door zeewetenschappers uit vele landen, op één verzamelplaats beschikbaar. Er gaat nu ook efficiënt werk kunnen gemaakt worden van een data-atlas van de Europese zeeën en van de zeebodem : een idee die wij al hoorden propageren op IUCN-vergaderingen 30 jaar geleden… Tegen 2020 zou het eindelijk zo ver moeten zijn.

ZEEVOGELS

Birdlife International, de wereldorganisatie voor vogelbescherming (anno 1922 geticht als de International Council for Bird Preservation) runt o.m. een Global Seabird Programme voor de bescherming van zeevogels. Dat is geen overbodige luxe want zeevogels zijn de zwaarst bedreigde vogelgroep. Jaarlijks sterven er bvb 320.000 zeevogels (vnl. albatrossen en stormvogels) als bijvangst aan commerciële vislijnen. De dieren verdrinken aan beuglijnen als ze het aas willen opeten dat vissers gebruiken om vis te lokken. Je moet weten dat er wereldwijd jaarlijks zo’n 10 miljard beuglijnhaken worden uitgezet ! De grootste vogeldoders zijn de Spaanse beuglijners (50.000 dode vogels/jaar) en de Japanse tonijnvloot (20.000). De getroffen soorten planten zich niet snel genoeg voort om te herstellen van die massaslachting, dus…

Zie ook Orea Anderson cs, Global seabird bycatch in longline fisheries : Endangered Species Research, Vol.14 : 91-106, 2011.

Info : orea.anderson@rspb.org.uk

ZEEVOGELS 2

Btw, Jan Mees van het hierboven vermelde VLIZ (@jmeesvliz) wees op het bestaan van een globale e-atlas van belangrijke zeevogelgebieden : kijk ook eens op http://54.247.127.44/marineIBAS/default.html !

POST SCRIPTUM : TIJDSCHRIFTEN E.A. PUBLICATIES

Nogal wat natuurtijdschriften beginnen alleen nog in digitale vorm te verschijnen.
Zo bvb het botanische tijdschrift DUMORTIERA, gepubliceerd door de Nationale Plantentuin (Meise) :
gratis te downloaden via website http://www.br.fgov.be
Ook de nieuwsbrieven van het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) :
gratis te downloaden via http://enquete.inbo.be/nieuwsbrieven
Via www.ravon.nl kan je je even gratis inschrijven op de kwartaalnieuwsbrief ‘Kijk op Exoten’ van het Nederlandse Signaliseringsproject Exoten : dat wil mensen aanzetten om uit te kijken naar exoten en waarnemingen te melden (de Vlaamse equivalent is www.invexo.be).