Natuur

NATUURONDERZOEK

Voor natuuronderzoek is er altijd wel een beroep gedaan op zgn. leken-veldwerkers, maar de laatste tijd zijn er in bepaalde disciplines zulke bergen aan data verzameld dat wetenschappers wat graag crowd sourcing bedrijven om die data te laten categoriseren. De gemiddelden die daaruit komen, kunnen worden meegenomen in verder wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld is de analyse van ‘gesprekken’ tussen walvissen, die in verschillende dialecten met elkaar blijken te praten. Door microfoons aan sleeplijnen achter schepen voort te trekken of aan boeien op te hangen is er hierover een overweldigende hoeveelheid informatie beschikbaar gemaakt. Het betreft duizenden opnamen van gesprekken tussen families, jonge en oude dieren en zelfs totaal verschillende soorten. Soms is de overeenkomst in de geluiden duidelijk hoorbaar, soms gaat het om minieme intonatieverschillen. Om patronen in die geluiden te herkennen en om uiteindelijk de taal van de walvissen te kunnen ontcijferen is er een “Whale Song Project” opgezet door de Schotse St.Andrews universiteit, het Amerikaanse Woods Hole Oceanografisch Instituut en het tijdschrift Scientific American. Dat project staat open voor iedere serieus geïnteresseerde, bioloog of niet. Wil je helpen, surf dan naar whale.fm.

ASTRONOMIE : DE AARDE EN LANIAKEA

Zoals ons zonnestelsel deel uitmaakt van de Melkweg, behoort de Melkweg zelf tot een nog grotere kosmische structuur : door een internationaal team van astronomen van de universiteit van Hawaï, die de posities en bewegingen van m.d. 8000 sterrenstelsels berekenden, wordt die Melkweg nu gesitueerd in een supercluster die een spectaculair web van sterren en planeten vormt over een afstand van 520 miljoen lichtjaren (!). Deze supercluster ligt dan weer in de verre uiteinden van Laniakea (Hawaïaans voor immense hemel), een verzameling van 100.000 gigantische sterrenstelsels…

Elizabeth Gibney : Earth’s new address : Solar System, Milky Way, Laniakea.
Nature News September 3, 2014 doi : 10.1038/nature.2014.15819

BIJENSTERFTE : 33,6 % HAALT DE LENTE NIET

De bijensterfte in de winter 2012-2013 was in geen enkel Europees land zo hoog als in België : 33,6 % haalde de lente niet ! In de andere onderzochte landen lag de sterfte minder hoog dan verwacht. In de meer zuidelijke Europese landen lag de sterfte onder de 10 %, een percentage dat als aannemelijk wordt beschouwd. Denemarken, Zweden, Finland, Estland en Groot-Brittannië overschreden de kaap van 20 %, wat onrustbarend mag worden genoemd. Voor het onderzoek werden 32.000 gekweekte kolonies bestudeerd. Naar de wilde bijen werd niet gekeken, hoewel hun situatie nog zorgwekkender is…

TERUG BOOMKIKKERS IN DE ZWINSTREEK

Einde de jaren 1980 werden in de buurt van Knokke-Heist nog een 80-tal roepende boomkikkermannetjes geteld, in 2007 waren dat er minder dan 10. Maar de voorbije maanden lieten zich in de Zwinduinen en Zwinpolders m.d. 220 roepende mannetjes tellen en in de naburige gebieden nog eens een 80-tal. Om van een duurzame populatie te kunnen spreken moet je minstens 200 roepende mannetjes hebben, dus… De Zwinduinen en Zwinpolders werden in 2002 aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap (Agentschap voor Natuur en Bos), met het geld van het Europees natuurherstelproject Zeno ondergingen ze een metamorfose en werden er o.m. de poelen hersteld : daardoor werd het gebied opnieuw aantrekkelijk voor de boomkikker.

BRUINVISSEN OOSTERSCHELDE

We hadden het in onze Nieuwsbrief al meerdere keren over de bruinvissen in onze streken, bvb in NB 2012, rubriek Natuur. In de Noordzee gaat het er goed mee : daar leven er zo’n 300.000 van, met in het Nederlandse deel zo’n 80.000. Die laatsten krijgen soms zin om de Oosterscheldekering te passeren, maar dan geraken ze nauwelijks nog terug en zitten ze bovendien in een hongerval ! Het voedselaanbod is in de Oosterschelde nl. fors afgenomen : de bruinvis voedt zich met wijting, kabeljauw, haring en dikkop, van de wijting vinden ze echter alleen nog oudere exemplaren die te groot zijn voor de vaak jonge bruinvissen en de dikkop gaat zienderogen achteruit. Een en ander komt door het voedselarmer geworden water, er is minder fytoplankton voor vislarven. Boosdoener is de Japanse oester die ooit voor consumptie werd uitgezet, die de Oosterschelde nu overwoekert en die alle plankton uit het water filtert. Ook stroomt er beduidend minder voedselrijk rivierwater binnen, door de (te) vele sluizen en keringen. Een groot aantal van die dammen, aangelegd na de watersnood van 1953, zou dringend weer doorlaatbaar moeten worden… Ondertussen telt men in de Oosterschelde vandaag maar enkele bruinvissen, in 2011 waren dat er nog 61.

DINOSAURIËRS : GEVEDERDE DINO’S (2)

In de rubriek Actualiteit van onze Nieuwsbrief 2013 berichtten wij over het werk van paleontoloog dr. Pascal Godefroit (Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel) op de Aurornis ofte dageraadsvogel uit N.O. China, die 160 miljoen jaar geleden leefde. En in de rubriek Natuur van de Nieuwsbrief 2012 kon je iets lezen over de gevederde dino’s van dr. Darla Zelenitsky (Dept. of Geosciences, University of Calgary, Canada).
De “wetenschap” is deze jaren echt bezig met de vraag hoe de massieve land-therapodedino’s evolueerden tot vliegende vogels. In het magazine Science volgen de artikels elkaar op. Een theorie die opgeld maakt is die van de miniaturisatie, een “krimping” in de loop van 50 miljoen jaar.
Ook Godefroit deed zijn duit in dat zakje met een artikel over gevederde dino’s, via Science gepubliceerd op 25 juli 2014. Godefroit doet al 20 jaar opgravingen aan de Chinese kant van de grens met Rusland. Vijftien jaar geleden stak hij die grens ook over, de voorbije jaren focuste hij op de Kulindavallei in Oost-Siberië, waar hij schedels en beenderen opgroef van een 150 miljoen jaar oude plantenetende dino van amper één meter lang uit het Juratijdperk, de Kulindadromeus. Diens veren hielden de lichaamswarmte vast, later trokken ze ook partners aan. Pas veel later in de evolutie kwamen die veren van pas bij het vliegen.
Een en ander doet de “Jacht op de Dino’s”, die al van op het einde van de 19de eeuw woedt, nog meer opleven. Anno 1878 was de vondst van 29 volledige Iguanodonskeletten in een mijn te Bernissart (Henegouwen) een aanleiding om het Brusselse Museum voor Natuurwetenschappen te bouwen. Godefroit schreef hier in 2012 overigens een dik boek over, uitgegeven door de Indiana University Press : er moeten er daar nog véél meer in de grond zitten. En vandaag graven Chinese boeren elke dag fossielen van dino’s op. Ze verkopen die tegen 1500 à 300.000 € aan musea, universiteiten en privé-verzamelaars …

Pascal Godefroit et al. A Jurassic ornithischian dinosaur from Siberia with born feathers and scales. Science 25 July 2014.
Vol 345 n° 6195, pp.451-455. DOI : 10.1126/science.1253351

Michael J. Benton. How birds became birds. Science 1 August 2014. Vol 345 n° 6196, pp;508-509. DOI : 10.1126/science.1257633.

Michael S.Y. Lee et al. Sustained miniaturization ans anatomical innovation in the dinosaurian ancestors of birds. Sciende 1 August 2014. Vol.345 n° 6196, pp.562-566. DOI : 1O.1126/science.1252243.

DOLFIJNENBESCHERMING & DOLFINARIA

Oud-dolfijnentrainer Ric O’Barry (Flipper!) deed destijds in de jaren 1960 indirect mee aan de explosieve stijging van het aantal dolfinaria in de wereld. Hij kreeg nochtans vlug in de gaten dat dolfijnen in gevangenschap ziek worden en sterven, wat van hem een gedreven dolfijnenbeschermer maakte : o.m. bekend van de gelauwerde documentaire The Cove uit 2009, aangekondigd in onze Nieuwsbrief 2010. Zijn verantwoorde kritiek op dolfinaria wordt vandaag door veel mensen gesteund en in diverse landen (o.m. India, Kroatië) zijn dit soort pretparken al verboden. Bij ons is dat niet het geval, hoewel het Boudewijn Seapark te Brugge regelmatig in opspraak komt. Einde juni 2014 stierf er nog de babydolfijn Origi. De actiegroep Bite Back houdt er elke maand een protestactie met de steun van O’Barry. Bite Back ijvert voor de stopzetting van het tot mislukken gedoemde Brugse kweekprogramma en voor de sluiting van de 34 nog werkende Europese dolfinaria, te beginnen met het Boudewijnpark…
(biteback.org)

EXOTEN IN KERKRADE

Dierentuin GaiaZOO in Kerkrade (Ned.Limburg) opende einde juni een nieuwe volière vol exoten die door toedoen van de mens onze natuur ‘binnendrongen’. De bedoeling is het publiek meer bewust te maken van hun aanwezigheid. Meestal zijn deze “foute” diersoorten van heinde en verre naar hier gehaald, als siervogel, huis- of pelsdier. Ze zijn ontsnapt of door de eigenaar op straat gezet en sindsdien lopen of vliegen ze rond in de Lage Landen. Er zijn mensen die dat een verrijking vinden, maar feit is wel dat ze inheemse soorten kunnen verdringen of wegjagen. Van de stadsparken van de Nederlandse Randstad tot het landelijk gebied toe moeten er vandaag bvb zowat 11.000 halsbandparkieten rondvliegen. Ze broeden in boomholten waar ook de grote bonte specht en de boomklever gebruik van willen maken. Fruittelers klagen ook over schade aan vruchtbomen. Buiten de exotenvolière vind je in een ander verblijf nog twee foute dieren voor : de wasbeer en het gestreepte stinkdier. Van die laatste soort leven er momenteel een 30 in het wild, met name in Zuidoost-Friesland…
(www.gaiazoo.nl)

GIEREN IN GEVAAR DOOR DICLOFENAC

De ontstekingsremmer/pijnstiller diclofenac werd einde 1990 op het Indisch subcontinent ingevoerd als diergeneesmiddel. Meteen veroorzaakte het grote sterfte onder de gieren van Indië, Pakistan en Nepal. Het is daar nl. de gewoonte om dood vee op het land achter te laten voor de gieren. Wanneer die de kadavers eten worden ze vergiftigd door het opgehoopte medicijn en sterven ze gruwelijk aan nierfalen. Een herhaling van deze ecologische catastroof (gieren zijn belangrijke ‘opruimers’!) dreigt nu ook in Europa. Italië en Spanje, goed voor 80% van alle Europese gieren, lieten onlangs diclofenac toe voor gebruik bij runderen, zwijnen en paarden. De internationale vogelbeschermingsfederatie Birdlife vreest dat zich bij ons nu evengoed een massaal verdwijnen van de gieren gaat voordoen en lanceerde een petitiecampagne naar de Europese Commissie toe : “Ban Veterinary Diclofenac Now !”.
(www.birdlife.org)

MANGROVES

“The response of mangrove soil surface elevation to sea level rise”, een nieuw rapport van de Britse Nature Conservancy en van Wetlands International, geeft mee dat mangroves (die sowieso de water-flow reduceren) zich zouden kunnen aanpassen aan een stijgend zeeniveau door extra-bodem op te bouwen. Dat zou een stuk van de vrees kunnen wegnemen die er bestaat over de toekomst van de mangroves t.a.v. de verwachte “sea levels rise”
(Wetlands International Global Newsletter)

OCEANEN

Het geklaag over de vervuiling van de oceanen houdt niet op, er wordt ook nauwelijks iets aan gedaan als er sowieso nog iets aan gedaan kan worden. De vraag is waartoe dit allemaal gaat leiden. Van de stranden tot de eenzaamste plekken op de wereldzeeën, overal vind je vandaag menselijk afval, met plastic op de eerste plaats (met alle gevolgen vandien voor de dieren die het inslikken of er in verstrikt geraken). Het onderzoeksschip Belgica deed onlangs nog eens met een onderwaterrobot onderzoek in de Golven van Biskaje en Cadiz, tot 4,5 km diep. Dr.David Van Rooij van de Gentse unief (Mariene Geologie en Geofysica, Renard Centre of Marine Geology ) : “We wisten dat er afval in de diepzee was, maar we hadden nooit verwacht dat het zo erg was”.
(www.marineatugent.be)

PALING VAN 155 JAAR ?

In een waterput in Brantevik (Schonen, Zuid-Zweden) leefde een paling die daar volgens de overlevering anno 1859 was ingegooid. Hij is nu dood en dat laat wetenschappers toe om het te checken. Je zaagt daarvoor het gehoorbeentje door en telt de ringen onder een microscoop, zoals bij een boom.

PANDA’s : NOG 1600

Een onderzoek van het Wereldnatuurfonds (WWF) wees uit dat er nog slechts 1600 panda’s in het wild leven.
Dat deed de Franse kunstenaar Paulo Grangeon een “installatie” maken met 1600 pandabeeldjes uit papier-maché. Het WWF stelde die installatie al op in Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Zwitserland en Taiwan. In juni 2014 zal ze te zien zijn bij 10 toeristische trekpleisters van Hong Kong, zoals Victoria Park en Ocean Park.

SALAMANDER PLAGUE : AZIATISCHE SALAMANDERS ROEIEN DE ONZE UIT

In de rubrieken Artikel 3 van onze Nieuwsbrieven 2012 en 2013 vermeldden wij de achteruitgang van de vuursalamander bij ons en in Nederland (95 % weg !) en ook het onderzoek daarvan aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Gentse unief, o.l.v. de profs An Martel en Frank Pasmans. Dat onderzoek leidde naar een zeer besmettelijke Aziatische schimmel met de sinistere naam Batrachochytrium salamandrivorans die bij ons binnengeraakte via Aziatische salamanders, geïmporteerd en verkocht door (weer eens) de dierenhandel, de beruchte pet trade. Inheemse salamandersoorten die met de schimmel in aanraking komen lopen huidinfecties op en sterven (de schimmel dringt de huid binnen en eet ze op), de Aziatische salamanders kunnen er precies tegen. Alle 40 Europese salamandersoorten lopen nu gevaar en zelfs ook de honderden soorten die Noord-Amerika rijk is : daar zijn het laatste decennium alleen al 2,3 miljoen Chinese vuurbuiksalamanders ingevoerd… Samen met een team collega’s publiceerden de 2 proffen einde oktober een artikel met hun bevindingen in Science. Ze pleiten o.m. voor strenger toezicht op de dierhandel : volgend jaar zou daarover zowel in de EU als in de VSA wetten voorgelegd worden.

Martel A. cs, Recent introduction of a chytrid fungus endangers Western Palearctic salamanders. Science 31 October 2014, Vol.346 n° 6209, pp.630-631. DOI:10.1126/science.1258268.

VLEERMUIZEN : RUIGE DWERGVLEERMUIS STEEKT NOORDZEE OVER

Teddy Dolstra coördineert de Vleermuizenwerkgroep Friesland. Op 23 december 2013 toonde een boer hem tussen de groentenpalletten in een schuurtje op 500 m van de Waddenzee te Pietersbierum (boven Harlingen) een dood ruig dwergvleermuisje dat voorzien was van een Engels merkteken : “Lond.Zoo A4030”. Het natrekken daarvan leerde vlug dat het dier de avond van 14 oktober 2012 (!) eerst gevangen en daarna geringd was te Pipe Bay aan het Blagdon Lake bij Bristol door Daniel Hargreaves van de IUCN Bat Specialist Group. Hargreaves is ook bekend van de vleertellingen in de vm. Duitse “Ostwall” te Nipter-Meseritz (Nietoperek-Miedzyrzecz) in het Oost-Duitsland van voor WO2, nu West-Polen : vandaag herbergt die Ostwall de grootste vleermuizenoverwinteringspopulatie van Midden- en Noord-Europa (30.000 vleren, 12 soorten). Een en ander zou betekenen dat ruige dwergvleermuizen met succes de Noordzee kunnen oversteken. Het was wel geweten dat deze nietige diertjes – zo groot als een duim, gewicht 6 gram – boven land tot 2000 km kunnen afleggen naar hun overwinteringsplaatsen en er waren ook al waarnemingen op olieboorplatformen en schepen. Maar veel van hun bewegingen blijven een mysterie en de Friese ontdekking gaat al fors in de richting van een bewijs dat ruige dwergvleermuizen e.a. vleren over zee van Engeland naar continentaal Europa migreren. Het komt er nu op aan om uit te zoeken hoe die migraties verlopen, opdat daarmee rekening zou worden gehouden bij bvb. het bouwen van windturbine-parken. Tussen Blagdon en Pietersbierum liggen ca.600 km, de vleermuis moet eerst naar Kent gevlogen zijn, om daar de zee over te steken en dan verder te vliegen naar Friesland. Dr.Fiona Mathews van de University of Exeter (National Bats and Wind Turbines Project : f.mathews@exeter.ac.uk) probeert inmiddels te achterhalen waarvandaan het diertje in kwestie kwam, of het de zomer in Nederland had doorgebracht, enz. …

VLEERMUIZEN : LANDSCHAPSGEBRUIK

In Zuid-Limburg wordt onderzoek gedaan naar de verbindingen tussen de zomer- en winterverblijven van vleermuizen en tussen zomerverblijf en jachtgebied. Volgen ze bomenrijen en waterlopen ? Hoe steken ze een snelweg over? Enz. Bij dat onderzoek wordt op zomeravonden rondgelopen met een betdetector. Je wandelt een route af of vat post in de nabijheid van zgn. lineaire landschapselementen : bomenrijen, houtkanten, grachten in agrarisch gebied, of grotere waterlopen en infrastructuur als bruggen en snelwegen. Bij twijfel worden geluidsopnamen van de dieren gemaakt die later gecontroleerd worden. Zo kan je de soort correct bepalen. Dat werk levert nuttige info op over ‘goede’ en ‘slechte’ verbindingselementen voor vleermuizen… Al bij al dragen de onderzoeksresultaten bij tot meer kennis van de vleren en geven ze een beter zicht op wat de beste beschermingsmaatregelen zijn in hun leefgebied.

VLEERMUIZEN IN STALLEN

Een ander vleermuizenonderzoek in Limburg speelt zich af in stallen. Door de aanwezigheid van vee zitten daar natuurlijk veel insecten en vleren komen er graag op af : sommige soorten vangen meer dan 90% van hun prooien in stallen. Daar wil je meer over weten. Veel veehouders beseffen gewoon niet dat zo bijna ongemerkt veel schadelijke insecten verwijderd worden. Maar daar is ook een schaduwzijde aan. Omdat insecten steeds meer resistentie opbouwen voor insecticiden, zijn er ook steeds meer insecten die gif met zich meedragen. Wanneer vleermuizen veel vergiftigde insecten vangen, kan het gif zich snel opstapelen in het vetweefsel. Dit vet met gifstoffen wordt aangesproken tijdens perioden met voedselschaarste en gedurende de overwintering…

VLEERMUIZENSENSORS

Electronica-specialisten van het departement Technische Elektronik van de Duitse Friedrich-Alexanderunief van Erlangen-Nürnberg zijn er in geslaagd mini-sensoren van 2 gram te ontwikkelen die aangebracht kunnen worden op de rug van (bvb vale) vleermuizen en die zo info kunnen verschaffen over de bewegingen, de verblijfplaatsen en het overige leven van het studieobject : de sensoren vallen er na een bepaalde tijd terug af. Een enorme verbetering tegenover de studiemethoden die tot nu gebruikt werden, bvb de peilzendertjes die op het vel van een vleermuis geplakt werden. Het nieuwe, geautomatiseerde logsysteem werd tijdens de zomer van 2014 getest in het Forchheimer Stadtwald onder de auspiciën van de onderzoeksgroep BATS (Betrieb-Adaptive Trading-Sensorsysteme). Een en ander wordt verder toegelicht tijdens de IEEE-International Conference on Communications te Londen in juni 2015.
Meer info : robert.weigel@fau.de

VLEERMUIZEN EN EBOLA

Sedert de ebola-virusziekte in 1976 voor het eerst herkend werd na een uitbraak bij de Ebolarivier in Noord-Kongo waren we in het Afrika van 2014 toe aan de 25ste epidemie. De ziekte leek niet te stoppen, een en ander heeft te maken met de corruptie en het wanbeleid in de getroffen landen, ook met het wantrouwen van de zieken tegenover over alleen misbaar makende overheden en inlandse verzorgers (ook medici) die doorgaans de vlucht nemen wanneer zij zouden moeten optreden. Van ebola wordt gewoonlijk beweerd dat het huist in fruitetende vleermuizen (vleerhonden) die het virus zouden overdragen op andere dieren, die dan weer als zgn. bush meat gegeten worden. Het is bekend dat vleermuizen tientallen virussen dragen, die ze op de mens e.a. zoogdieren kunnen overdragen, terwijl ze er zelf via miljoenen jaren evolutie resistent tegen zijn : hondsdolheid, SARS, MERS, Nipah enz. Wat ebola betreft wordt vooral gekeken naar de Kraagvleerhond, de Franquetvleerhond en de Hamerkopvleerhond.

Lit.: Calisher, Charles H. et al. (Colorado State University). Bats : Important Reservoir Hosts of Emerging Viruses. Clinical Microbiology Reviews, Vol.19, July 2006, pp.531-545.

VOGELS : TUINVOGELTELLINGEN 2014

Op 18 en 19 januari was het in Nederland weer tuinvogeltelling. Meer dan 55.000 waarnemers telden in ruim 38.000 tuinen zowat 571.000 vogels. Door het zachte winterweer waren er in feite minder vogels te zien : dat milde weer maakt dat in het buitengebied nog veel voedsel beschikbaar is, de bosvogels bleven dus in het bos. Net als de vorige jaren bleek de huismus op één te staan, hij werd wel in minder dan de helft van de tuinen gezien. De koolmees stond op twee en de merel op drie.
In Vlaanderen wordt het Nederlandse initiatief de laatste jaren nagevolgd. Bij ons vond de telling op 1 en 2 februari plaats, met hier ook een effect van het zachte weer : vorig jaar was de vink de meest getelde vogel, dit jaar opnieuw de huismus. Er werden 28 soorten geteld, tegenover 37 begin 2012?

DE VOGELVANGSTMAFFIA

In de beginjaren van Natuur 2000/WJA, einde jaren 1970-begin jaren 1971, woedde ook bij ons nog de vaak commerciële vogelvangst. Een van onze belangrijke acties in die tijd was dan ook de organisatie van een goedbevolkte anti-vogelvangstbetoging te Antwerpen (zie onze tijdschriften ’t Wielewaaltje 1970-171 en Natuur in Nood, oktober 1971). Bizar genoeg werd dat initiatief ons niet in dank afgenomen door de vogelstudievereniging De Wielewaal waar we toen bij aanleunden : wel door het Coördinatiecomité voor de Bescherming van Vogels ofte CCBV, voorloper van Vogelbescherming Vlaanderen en gerund door Roger Arnhem en Bernard Roeyers. Het is dank zij de volgehouden inzet van die twee mannen dat de vogelvangst uiteindelijk in dit land wettelijk verboden is geraakt. Dat is vandaag helaas nog altijd niet het geval in Zuideuropese en voor de vogeltrek strategisch gelegen landen als Frankrijk, Italië, Malta, Cyprus enz. Daar sneuvelen nog altijd miljoenen zangvogels door toedoen van echte, op geld beluste bendes, die zich ook inlaten met drugs en prostitutie en die niet terugschrikken voor één moord of meer. Bij een confrontatie met die maffia riskeer je dus als vogelbeschermer je leven, maar toch zijn er idealisten die dat aandurven. In een Canvas-teevee-uitzending op 10 mei werd de organisatie tegen vogelmoord CABS (Committee Against Bird Slaughter) voorgesteld, die er ondanks alles en ter plekke iets probeert tegen te doen. Op de website www.komitee.de worden recente vogelmoord-stories uit de doeken gedaan, waarbij de haren je ten berge rijzen…