Natuur

FALEND EUROPEES NATUURBELEID

In 2011 spraken de EU-lidstaten af dat de afbraak van de natuur tien jaar later tot stoppen moest zijn gebracht. Uit een tussenrapport van de Europese Commissie over die natuurdoelen voor 2020, voorgesteld begin oktober 2015, blijkt echter dat die 28 lidstaten geen noemenswaardige vooruitgang boeken in die gezamenlijke stop-poging. Er is totaal geen goede wil bij de politiekers. Van de 6 afgesproken doelen (betere toepassing van de Europese natuurwetten, betere bescherming en restauratie van ecosystemen, duurzamere land- en bosbouw, beter beheer van vispopulaties en het mariene milieu, betere controle van invasieve soorten, grotere bijdrage aan het behoud van de biodiversiteit in de wereld) scoren er maar liefst 5 onvoldoende. Het is bvb al langer duidelijk dat de landbouw een van de belangrijkste veroorzakers is van biodiversiteitsverlies in Europa. Toch zijn er op de doelstelling voor meer duurzame landbouw en visserij en bosbouw vooralsnog geen resultaten te melden, met alle gevolgen vandien voor o.m. kwetsbare natuurgebieden. De ecosystemen en soorten blijven teruglopen…

OP LEVEN EN DOOD

Tijdens een ganzenexcursie naar Nederland zagen we te Hellevoetsluis ooit eens een meeuw een andere verdrinken. Maar op wel.nl stond er onlangs een even straf, veelbekeken beeld. Martin Le-May uit Londen legde het vast tijdens een wandeling : een groene specht met in volle vlucht een wezel op de rug (!) die de specht probeerde te doden. De specht kwam vlak voor de fotograaf zitten, de wezel geraakte door de aanwezigheid van Le-May afgeleid en daardoor kon de vogel zijn kans grijpen en zonder zijn belager wegvliegen…

INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN : TOON ME JE TANDEN

Vooral voor kids van 8 tot 12 en hun familie zette het KBIN (Vautierstraat 29, 1000 Brussel) in drie zalen van het museum, o.m. de beroemde Galerij van de Dinosauriërs, een parcours van 45 minuten uit over de tanden van vlees- en planteneters. Niet te missen bij een bezoek…
(www.naturalsciences.be/nl)

AMFIBIEËN EN SCHIMMELS

Amfibieënpopulaties in Europa, Afrika, Australië en Midden/Zuid-Amerika worden geteisterd door het oprukken van de chytrideschimmel Batrachochytrium dendrobatidis, geïdentificeerd in 1999.
Die schimmel woekert in de buitenste huidlagen, wat leidt tot extra-productie van keratine en verharding van de huid : de opname van water en mineralen komt in het gedrang, meestal met de dood tot gevolg.
Spectaculaire slachtoffers waren de laatste jaren de kleurrijke tropische kikkers en padden die we kennen van documentaires over bvb Costa Rica en het Amazonewoud.Alleen van de Atelopus-pad (ofte klompvoetkikker) verdwenen er bvb in de jaren 1980 en 1990 tientallen soorten.
Een probleem is dat veel tropische amfibieën nog nauwelijks bestudeerd werden. Onderzoekers begonnen daarom kwetsbare soorten te verzamelen, zodat die zich in gevangenschap kunnen voortplanten. Tegelijkertijd kan dan worden nagegaan wat ze zo vatbaar maakt voor de schimmel.
Hier en daar zijn er ook positievere signalen. In Midden-Panama dook opeens een populatie op van Atelopus limosus, een soort waarvan gedacht werd dat ze verdwenen was. Misschien kunnen bepaalde individuen resistent worden voor de schimmel. Misschien kunnen er ook nieuwe habitats komen, bvb. op weideland dat te heet en te droog is voor de schimmel (die zoals de padden het best gedijt op het koele oppervlak van rotsen langs rivieren). En Naturalis-bioloog Freek Vonk constateerde iets soortgelijks in de jungle van Costa Rica met de harlekijnkikker, een glaskikker waar je dwars doorheen kan kijken (Freek Vonk in Zuid-Amerika, BNN-TV, 13/11/2015).

Meer info : aangulo@www.amphibians.org

BIODIVERSITEIT : HOEVEEL PLANTEN- EN DIERENSOORTEN TELT DE AARDE?

Men schat dat momenteel zowat 9 miljoen verschillende soorten dieren, planten, schimmels, bacteriën e.a. levensvormen op aarde voorkomen. Van 99% van die soorten, die samen het leven op onze planeet mogelijk maken, weten we bijna niets, behalve dat massa’s ervan in snel tempo uitsterven. Als je er bvb. mee rekening houdt dat jaarlijks (!) 1,7% regenwoud verdwijnt en daarmee 20 à 30.000 oerwoudsoorten. Dat werd reeds duidelijk door onderzoeken zoals dat van Terry Erwin van het National Museum of Natural History te Washington in Panama, anno 1980. Die placht daarbij een mengsel van dieselrook en pesticiden langs bomen in het regenwoud te blazen : uit één boom regende het dan duizenden verschillende soorten insecten. Veel van die tropische geleedpotigen leven alleen op 1 type boom en er zijn zo’n 50.000 soorten tropische bomen. In feite gaat voornoemde schatting uit van de soortenrijkdom die al min of meer beschreven is : ca.1,6 miljoen soorten. Via extrapolatie van hierin te herkennen getallenreeksen komen we op het land tot ca.6,5 miljoen soorten en in zee op ca.2,2 miljoen, mits een foutenmarge van ca.1,5 miljoen. Veruit de grootste groep beschreven soorten vormen de insecten met zo’n 900.000 stuks. Op nummer twee komen de bloeiende planten, met 350.000. En jaarlijks beschrijven taxonomen een kleine 20.000 nieuwe soorten.
Zoals gezegd : slechts van een fractie van alle soorten weten we of ze in gevaar zijn. De Rode Lijst van de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) volgt tegen de 60.000 soorten, waarvan tegen de 20.000 als bedreigd worden beschouwd…

DODE BRUINVISSEN

De bruinvis is een relatief klein, beschermd zeezoogdier,waarvan er ca.50.000 rondzwemmen in “onze” Noordzee. Ieder jaar spoelen tientallen (tot 60 toe) bruinvissen met de meest gruwelijke verwondingen aan op vnl. de Nederlandse kust, het lijkt wel of ze aan flarden zijn gesneden volgens een zigzag patroon. Zeebiologen stonden eerst voor een raadsel, maar met wat detectivewerk en geluk kon Mardik Leopold van het onderzoeksinstituur Imares de moordenaars ontmaskeren : hij vond sporen van de grijze zeehond op aangespoelde, zwaarverwonde bruinvissen. In feite zijn die bruinvissen bij ons ecologische vluchtelingen, gevlucht voor een verslechterde situatie verder op zee. Maar ook voor onze kust kunnen ze nog in de problemen komen. Ze eten nl.vooral grondeltjes en vis (haring, wijting, sprot), voor het vetlaagje dat hen op temperatuur moet houden. Met name de wijtingstand staat echter onder druk. En verder eindigen een paar honderd bruinvissen per jaar als bijvangst in de netten van vissers…

WITTE BRUINVIS

Op 8 juni filmde de Whale and Dolphin Conservation (WDC) een witte bruinvis in de Oostzee bij de Deense Grote Belt. Waarnemingen van witte bruinvissen zijn uiterst zeldzaam, het gaat om de 16de in 100 jaar. De bruinvis zwom een hele tijd naast het WDC-schip, ook ongewoon. De kleur van de witte bruinvis is genetisch bepaald, het gaat om een gedeeltelijk gebrek aan pigmentatie in de huid.

(TAMME) KASTANJEKANKER

In de VSA heeft de Aziatische parasiet Cryphonectria parasitica, die zich uit als minuscule oranje zwamvlekjes op de boomschors, al lelijk huisgehouden onder de tamme kastanjes. En nu lijkt ie ook opgedoken te zijn te Brussel, op de Dikke Beukenlaan vlak bij het UZ en mogelijk ook bij het Heizelstadion. Gevreesd wordt dat de besmettelijke ‘kastanjekanker’ in de loop van 2015 ook in Vlaanderen zal opduiken. Bij het Agentschap Natuur en Bos (ANB) wordt alles opgevolgd door woordvoerder Marie-Laure Vanwanseele (marielaure.vanwanseele@lne.vlaanderen.be).

DE LEPELAARS VAN HET MARKIEZAATSMEER BIJ BERGEN OP ZOOM

Om lepelaars te zien moesten we vroeger in het voorjaar naar Texel of het Zwanenwater of het Naardermeer of de Oostvaardersplassen, maar de laatste 15 jaar heeft zich niet zo ver van Antwerpen een grote lepelaarskolonie ontwikkeld. Op het eilandje Spuitkop in het Markiezaatsmeer (dat is de oude Oosterscheldekom bij Bergen op Zoom, die in 1984 van de zee werd afgesloten door een dam, de Markiezaatskade en de parallel daaraan gebouwde Oesterdam) werden vorig jaar eventjes 220 nesten geteld – dit jaar weliswaar maar 163. Nederland is altijd een beetje een buitenpost geweest in het verspreidingsgebied van de lepelaar, waarvan het zwaartepunt in Zuid-Spanje en Zuidoost-Europa ligt. In de jaren 1970 was de vogelsoort bij onze noorderburen bijna uitgestorven , in 2014 werden er ruim 2500 broedparen geteld. De terugkeer is te danken aan beter natuurbeheer, minder gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen en vernatting van natuurgebieden. In het Markiezaatsmeer streken de eersten dit jaar neer op 9 maart. Andere grote kolonies bevinden zich vandaag de dag in De Geul op Texel, op de Oosterkwelder van Schiermonnikoog en op Vlieland. De populatie binnen de zgn. Oost-Atlantische trekroute (NW- en ZW-Europa en NW-Afrika) telt m.d. 5000 broedparen, daarvan broedt dus bijna de helft in Nederland.

LIEVEHEERSBEESTJES IN PROBLEMEN

Van de 36 soorten lieveheersbeestjes die vroeger in Vlaanderen voorkwamen zijn er al 2 verdwenen. Zestien andere dreigen ook te verdwijnen. Het veelkleurige Aziatische lieveheersbeestje heeft lelijk huisgehouden onder onze inheemse soorten. Daardoor is het tweestippelige lieveheersbeestje, dat je vroeger overal zag, in de verdrukking geraakt. Ook de minder goede kwaliteit van sommige biotopen vormt een bedreiging. Bovendien hebben sommige soorten een specifiek dieet of levenswijze. Het hiëroglyfenlieveheersbeestje voelt zich bvb alleen thuis in heidegebied. Maatregelen zijn nodig, waaronder een aangepast beheer in typische biotopen en het promoten van ecologisch tuinieren zonder pesticiden.
(Tim Adriaens, INBO, in Verrekijker)

OERVOGEL EVEN WERELDNIEUWS

Vogels ontstonden zo’n 150 à 175 miljoen jaar geleden (klein verschilletje), toen groepen gevederde dinosauriërs zich aftakten van de andere dino’s. Tot het uitsterven van de meeste dinosauriërs, 66 miljoen jaren geleden, wemelde de wereld van vogels die we tegenwoordig ongewoon zouden vinden : van meeuwen met tanden tot vogels met vier vleugels. In N.O.Brazilië (Ceara, Chapada do Ararihe) vonden ze onlangs restanten van zo’n wonderlijk diertje, met zijn 6 cm niet groter dan een kolibrie, dat 114 miljoen jaren geleden bij een meer leefde op het supercontinent Gondwana (de huidige zuidelijke continenten zaten nog aan elkaar vast). Het vogeltje moet twee bijzondere, langwerpige staartveren hebben gehad, iets dergelijks werd al eerder gevonden bij fossielen in China. Voor het vliegen zullen die veren weinig nut hebben opgeleverd : de uitsteeksels aan de veren missen de weerhaakjes waarmee gewone veren aan elkaar vastklitten om één geheel te vormen. Eerder zeulde de vogel zijn twee speciale veren mee als versiering, waarschijnlijk om partners te verleiden. Deze vogelsoort moet overigens ook deel hebben uitgemaakt van een uitgestorven groep oervogels die experten kennen als “enantiornithes”.

Lit.: De Souza Carvalho, Ismar, cs. A Mesozoic bird from Gondwana preserving feathers. Nature Communications Vol.6 Article nr 7141, 02 June 2015. DOI : 10.1038/ncomms8141. E-mail ismar@geologia.ufrj.br.

OLIFANTEN

Zie ook de rubriek Wereld van deze Nieuwsbrief.

Op de Afrikaanse savannes zouden er nog 470.000 à 690.000 olifanten leven. Verder zijn er nog zo’n 100.000 bosolifanten in Centraal-Afrika. Geschat wordt dat tussen 2010 en 2012 ’n 100.000 olifanten zijn gevangen en gedood om de ivoor. Cijfers voor 2013 en 2014 zijn er nog niet. Olifanten krijgen eens in de vijf jaar een jong. Er worden door het stropen meer olifanten gedood dan geboren. Zeker de helft van de slagtanden van de gedode olifanten komen in China terecht, waar er medicijnen en sieraden van worden gemaakt. Raar is dat China in eigen land strenger optreedt dan wanneer het om Afrikaanse olifanten gaat : onlangs werden 4 mensen geëxecuteerd voor het doden van een Zuid-Chinese olifant.

ROBIRDS

Robots komen meer en meer in het publieke blikveld. Dat robotontwikkelaars ze soms menselijke trekken geven helpt daarbij. Onderzoekers bekijken hoe ze robots kunnen laten communiceren met mensen. Tegelijk wordt een oude angst weer levend, nl. dat robots ons uiteindelijk zullen overheersen en vernietigen : zie recente waarschuwingen van Stephen Hawking en Bill Gates. Bij de robotontwikkelaars zit ook Nico Nijenhuis (28) van het bedrijf Clear Flight Solutions te Enschede, NL. Die bouwde de Robirds, robotvogels met het silhouet van een roofvogel (slechtvalk, zeearend). De Robirds worden ingezet om zelfstandig (!) vogels die “overlast” veroorzaken te verjagen : spreeuwen bvb. Of om vogels op luchthavens op afstand te houden van vliegtuigen, zodat ze er niet tegen botsen of in een van de motoren belanden… Met inzet van drones helpt het bedrijf overigens ook vogelinventarisaties vergemakkelijken.
(www.clearflightsolutions.com)

ROODPOOTVALKEN

Midden augustus tot begin september 2015 werden er weer heel wat roodpootvalken gezien in de Nederlanden, meer dan in andere nazomers en vooral jonge vogels. Roodpootvalken zijn zeldzame doortrekkers die eigenlijk meer in het voorjaar worden waargenomen, soms met tientallen : 1988 en 1992 waren zo echte invasiejaren. Hun voorkomen hangt vnl. af van de wind, die uit het zuidoosten moet komen, zoals bvb. op 23 augustus. Op dutchbirdalert.nl lees je waarnemingen van de Waddeneilanden (doet denken aan onze eigen waarnemingen op diverse Schierkampen, einde augustus), maar ook van de noordelijke Nederlandse provincies. Bij ons werden ze gesignaleerd in Limburg, in Viersel, in Damme.

SLAKKENFRAUDE

De geldhonger van bepaalde commerçanten kent precies geen grenzen meer. Een terrein dat zich vlot leent tot moneymaking via fraude is dat van onze voeding en het spectaculairst vind je die fraude terug in de supermarkten. Neem bvb. de slakken. Lange tijd golden die zgn.Escargots de Bourgogne ofte wijngaardslakken (Helix pomatia) als een lekkernij. Je vindt die escargots inderdaad in je supermarkt, maar de vlag dekt hier de lading helemaal niet meer. De slakkenleveranciers bedienen zich in feite van lege wijngaardslakhuisjes waarin zij andere slakken inpersen die zij massaal en ingevroren invoeren : bij voorkeur onvolgroeide Oost-Afrikaanse Reuzenslakken (Achatina fulica), tweemaal goedkoper en van een stuggere smaak – ze worden er van verdacht wormparasieten te dragen, maar ook Turkse slakken (Helix locorum) of ordinaire segrijnslakken (Cornu aspersum). Als je al wijngaardslakken kan determineren werden die “verzameld” in Hongarije of Servië… Natuurvriend, hou je best ver van deze rotzooi, even ver als van de beruchte kikkerbilletjes of de ganzen/eendenlever.
(www.kvw.kro.nl)

TEKENBETEN

Bij N2 zijn we altijd al geconfronteerd geweest met tekenbeten, gelukkig steeds op tijd : bij libellenonderzoek in de Kalmthoutse Heide, bij werkkampen in Fort Oelegem, bij natuurreizen naar Polen enz. Toch lijken de beten zich meer en meer, zelfs explosief, voor te doen, meest bij onwetende mensen die niet alert reageren : men schat het aantal in de Lage Landen tegenwoordig op enkele miljoenen per jaar, en 1 op de 5 bijters is besmet met de Borrelia-bacterie. Huisartsen krijgen dan ook tienduizenden mensen op het spreekuur met de typische rode ring- of vlekvormige uitslag op de huid (“erythema migrans”) – het meest herkenbare kenmerk van de ziekte van Lyme. De standaardbehandeling is gewoonlijk 10-14 dagen antibioticum (Doxycycline, Amoxicilline, Azitromycine). De meeste patiënten genezen na zo’n kuur, maar enkele 1000 per jaar blijven langdurige en erg onaangename klachten houden waar voorlopig niet veel aan gedaan kan worden : blijvende vermoeidheid, pijn, concentratiestoornissen tot en met ingrijpende neurologische problemen. De medische wereld weet geen raad voor de wanhopige slachtoffers, met foute diagnoses bij de vleet. Er zijn al zelfmoorden geweest, mensen die jarenlang van het kastje naar de muur werden gestuurd. Meer onderzoek voor een betere behandeling van de Lyme Disease is dringend nodig. In Nederland gebeurt dit volop door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). En bij ons ? In mei 2014 had het weekblad Knack het nog over het kinderschoenenstadium, de politiekers Crombez (SP.A) en Lijnen (Open VLD) hoopten toen via een petitie op het Vlaamse regeerakkoord, maar meer dan enkele wollige zinnetjes leverde dat niet op. In januari 2015 waren er vragen over in het Vlaams Parlement : minister Vandeurzen vond toen dat we maar tevreden moesten zijn met wat internet-websites…
(www.tekenbetenziekten.nl)

TIJGERMUG IN HET LAND

Sinds 2013 vindt het Tropisch Instituut geregeld Aziatische tijgermuggen in ladingen die via de havens en luchthavens het land binnenkomen. Bij handelaars in banden en in geluksbamboe in West-Vlaanderen werden onlangs bvb 4 muggen en 39 larven aangetroffen . Het zit er dik in dat deze insecten zich hier gaan vestigen zoals ze dat reeds deden in Zuid-Europa en dat ze dus ook bij ons mensen gaan ziek maken aan knokkelkoorts en gele koorts. Die vestiging zal overigens in de toekomst nog vergemakkelijkt worden door de klimaatverandering (warmere winters).

VLEERMUIZEN IN DE FORTEN ROND ANTWERPEN

Niet alleen in Fort Oelegem werden tijdens de winter 2014-2015 vleermuisaantallenrecords gebroken. Ook in de forten Lier, Kessel, Borsbeek, Broechem en Brasschaat was dat het geval, met telkens ca.500 getelde dieren. Naar schatting overwinteren er in de 35 Antwerpse forten zo’n 6500 vleermuizen. Daarmee vormen die forten één van de 5 grootste overwinteringsplaatsen van Noord- en West-Europa. De toename is mogelijk toe te schrijven aan het verdwijnen van geschikt ander leefgebied in Vlaanderen, door de vele licht- en geluidshinder. De Antwerpse forten zijn dus erg vleermuizenbelangrijk, maar ze zijn niet alle vrij van verstoring. In een kwart is het afgelopen jaar leefgebied verdwenen. Door renovatie, drooglegging of het plaatsen van licht en verwarming : bvb in Fort Liezele, waar het aantal overwinterende vleermuizen daalde van 90 naar 30…

MOPSVLEERMUIZEN IN HET WAASLAND

Tot een geluidsopname uit Waasmunster vorig jaar werd de Mopsvleermuis bij ons als uitgestorven beschouwd. In overig Europa is ze zeldzaam geworden. Vorig jaar hadden we het nog over een bedreigde kolonie in Wit-Rusland. Door verder veldonderzoek in het Waasland konden eind juli 2015 enkele exemplaren gevangen en gezenderd worden. Die lieten toe 2 kraamkolonies te ontdekken in Sint-Niklaas : achter een raamluik en achter loshangende populierenschors. Mopsvleermuizen verblijven ’s zomers effectief graag achter de schors van bomen. In de winter zijn ze goed kouderesistent en kunnen ze zelfs overwinteren in boomholten. Ze zijn wel lichtschuw en gevoelig voor verstoring.

VLINDERTELLINGEN

Tijdens het weekend van 1-2 augustus deden weer enkele duizenden mensen in Nederland en Vlaanderen een rondje door hun tuin om te zien wat er aan (dag)vlinders zat. Vlinders zijn nu eenmaal graadmeters van de biodiversiteit. Het gemiddelde aantal getelde vlinders in de Vlaamse tuinen bedroeg 12 exemplaren van 6 soorten. Maar in Vlaardingen (NL) telde een mevrouw eventjes 46 vlinders in haar grote stadstuin… Meest opgemerkt bij ons werd de Atalanta, op de voet gevolgd door het Koolwitje. Ook in Nederland werd de Atalanta het meest gezien, daar was de Dagpauwoog nummer twee. De Atalanta komt wel elk jaar vanuit Frankrijk en Spanje overvliegen, maar door het warme voorjaar kon men dit jaar van een massale aanwezigheid spreken. De hoge temperaturen en mindere neerslag van de voorbije maanden leverden lagere aantallen van de gewone vlindersoorten op, maar meer meldingen van zeldzamere zwervers : de Kolibrievlinder, de Glasvleugel-pijlstaart, de Keizersmantel… De waarnemingen varieerden ook per provincie. In Limburg en Antwerpen werden meer Citroenvlinders geregistreerd. In Oost- en West-Vlaanderen deed het Oranje Zandoogje het beter. De meest geziene soort van 2014, de Kleine Vos, gedijt overigens ook het best in West-Vlaanderen. Vlaanderen telt momenteel nog 48 soorten dagvlinders, terwijl er dat vroeger 67 waren.

VOGELKILLERS AAN DE MIDDELLANDSE ZEE

De internationale vogelbeschermingsfederatie BirdLife liet de voorbije jaren een onderzoek doen naar het killen van (trek)vogels in de landen bij de Middellandse Zee. Het blijkt om minstens 25 miljoen per jaar (!) te gaan. Lugubere kampioen is Malta met 343 vogels per km². Andere koplopers : Egypte (5,7 miljoen), Italië (5,6 miljoen), Syrië (3,9 miljoen), Libanon (2,6 miljoen), Cyprus (2,3 miljoen). De favoriete soorten : vink, zwartkop, kwartel, zanglijster. Verder bvb. 1 miljoen gedode torteldduiven, die het al niet zo goed doen in Europa… De voornaamste redenen van die killings : “sport” en de vogelkooien. En wij in onze landen ondertussen maar beschermings- en onderhoudsmaatregelen uitwerken voor de vogelhabitats hier …
(www.birdlife.org/illegal-killing)

VOGELS VS HELICOPTERS

Offshore-installaties blijken geschikte landingsplaatsen voor vogels op trek te zijn. De beheerders ervan willen ze echter kwijt omdat ze de helidecks bevuilen en onveilig maken : de uitwerpselen zouden de zichtbaarheid van de navigation marks in het gedrang brengen. De Bird Control Group (die samenwerkt met Total en die verwijst naar het rapport “Bird guano accumulations and their effect on offshore helicopter operations” van de UK Aviation Authority) ontwikkelde hiertegen de Aerolaser Helipad, die met laser en geluid vogels op afstand houdt. Het systeem zou de steun hebben van het World Wildlife Fund.
(www.birdcontrolgroup.com)

WISENT (BISON BONASUS BONASUS)

Sedert de dag dat we er zagen in Bialowieza is de interesse voor laaglandwisenten of Europese bisons in N2-kringen fel toegenomen. Omstreeks 1920 was dit grootste Europese landdier uit zijn laatste stek, het immense jachtterrein van de tsaren in een oerbos in West-Rusland (nu gelegen op de Jaltagrens van Polen en Wit-Rusland), uitgestorven. Er bleven alleen nog 56 exemplaren over in dierentuinen. Dank zij een fokprogramma kon de wisent opnieuw in aantal toenemen. Anno 2015 zijn er weer een 3500 te zien in o.a. Polen, Slowakije, Oekraïne en Roemenië. Het initiatief tot dat fokken werd genomen door de Amsterdamse dierentuin Artis. Die had destijds één stier, men kocht er in 1931 een koe voor te Berlijn, in 1932 was er een fraai koekalf : het begin van een kudde in Artis, maar ook van een nieuwe wilde wisentenpopulatie. Samen met een handvol andere dierentuinen begon men daarna nl. dieren uit te zetten in het wild. In 2015 nam Artis afscheid van het wisentenprogramma. Op 26 augustus stierf de laatste bisonkoe Kreole. Om in Nederland nog wisenten te zien moet je nu naar het Noord-Hollandse natuurpark Zuid-Kennemerland, op de 300 ha van het Kraansvlak, en binnenkort misschien ook naar de Veluwe, bij de beroemde Radio Kootwijk. Bij ons worden wisenten gehouden in Planckendael, Bellewaerde en Han-sur-Lesse.

DE WOLF KOMT

De laatste jaren is het in onze streken elk voorjaar wolventijd. Diverse organisaties zoals Landschap vzw sturen persberichten rond, organiseren zelfs wolflezingen. Tot nu waren de wolfwaarnemingen eerder dubieus zoals in Duiven (NL) of in Gedinne (Wallonië) anno 2011. Begin maart 2015 circuleerde er echter één heel zichtbaar in Drenthe en Groningen : daar liep het opmerkelijk weinig schuwe, nog jonge en vrouwelijke dier in Hoogezand (Gr.) door een woonwijk en een industriepark, allicht op zoek naar voedsel. Voordien was de wolvin in Duitsland gespot en daarnaar is zij na een week Nederland blijkbaar ook teruggekeerd. Echt verwonderlijk is het niet meer. Vooral sedert de invoering in de EU van de Habitatrichtlijn worden in alle omringende landen redelijk ongestoorde wolvenverplaatsingen gesignaleerd. Zowel in Duitsland als in Frankrijk staat de wolventeller op ca. 300 exx. Wolven kunnen honderden (!) kilometers per week afleggen, op zoek naar soortgenoten bij wie ze zich willen aansluiten. Maar ronddwalen is één ding, zich vestigen een ander. Op het eerste zicht willen de wolven vooral dat er genoeg te eten is en dat ze niet bij elke gelegenheid op de korrel worden genomen, maar de roedels hebben ook uitgestrekte gebieden nodig waar zij rustig hun jongen groot kunnen brengen. De kans dat er binnenkort evengoed in Voeren of de Hoge Kempen een wolf gezien wordt wordt met de jaren reëel, maar in de Ardennen nog veel reëler. En de tijd dat men voor het inleveren van een dode wolf een premie kreeg à 500 € ligt ook al 200 jaar achter ons…