Natuur

Laatste Nieuws :
Giraf op Rode Lijst
Ook cheetah bedreigd
Bushmeat
CITES
Tweekleurige vleermuizen
Boek “Cat Wars” : katten bedreigen biodiversiteit
Olifant verdwijnt : Great Elephant Census
Dino’s : T.rex in Town
EU tegen de exoten
Groenlandse haai in de belangstelling

 

ASTRONOMIE : VALLENDE STERREN

Elk jaar rond juli-augustus (de Perseïden, stofspoor van o.m. de 109P/Swift-Turtlekomeet) en ook in december (de Geminiden) beweegt de aarde zich door een veld met ruimtepuin. Dat “puin”, soms een stofje kleiner dan een millimeter, verbrandt in de dampkring en de felle sliert wordt een “vallende ster”. In principe gebeurt dat de hele dag door maar overdag wordt het licht overstraald door de zon. Om er te zien zoek je best tussen twee en vier in de ochtend een donkere plek op : het strand of de hei, weg van de lichtvervuiling. En dan zeker niet richting zuiden kijken : de “sterren” komen vanuit het noordoosten.
(Zie ook rubriek Agenda)

BLIKSEMS VAN MEER DAN 300 KM

Een warmere aarde staat gelijk aan meer bliksem. Vandaag zijn er wereldwijd 12% meer (= 8 miljoen per dag) blikseminslagen dan 100 jaar geleden en tegen 2100 kunnen dat er 50% worden. In India en Bangladesh flirten ze nu al met die 50%, het aantal en de kracht van de onweders stijgt er spectaculair. Door de toename van het aantal blikseminslagen ontstaan er ook meer bosbranden en de oppervlakte die afbrandt bij een zo veroorzaakte brand is gemiddeld 9 x zo groot als bij een brand door menselijk toedoen. Eveneens gemiddeld zijn bliksemstralen 5 à 6,5 km lang, maar er werden er recentelijk geobserveerd van meer dan 300 km ! De snelheid bedraagt 60.000 km per seconde en de temperatuur in een ontlading is 30.000 °C (5 x meer dan de temperatuur aan de oppervlakte van de zon).

BLOEMEN VAN 400 JAAR GELEDEN

Van de jaren 1550 af geraakten de Lage Landen in de ban van bloemen. Er arriveerden toen planten uit de Nieuwe Wereld en uit Turkije verschenen via handel of smokkel zeldzame bloemen van het Midden-Oosten en Indië in de tuinen van de rijkere klasse. Uitschieters waren de tulpen en de keizerskroon : er werden fortuinen voor betaald, vooral op tulpen werd gespeculeerd, tot de bubbel in 1637 barstte. Eind 16de eeuw werden bloemen ook een specialisatie voor schilders. Ze gebruikten daarbij botanische handboeken en de geschilderde boeketten zij eerder imaginair, er wordt geen rekening gehouden met de verschillende bloeitijden. Soms zijn enkele bloemen wel verwelkt of worden ze aangevreten door rupsen : symbolische verwijzingen (de dood etc). Deze schilderijen vonden vlot hun weg naar de hogere burgerij en de adel. De populairste bloemenschilder was wellicht Roelandt Savery, geboren te Kortijk anno 1576 maar rond 1585 met zijn protestantse ouders naar Holland uitgeweken. Savery werd later te Praag hofschilder van de Duitse keizers Rudolf II en Matthias. Als dierenliefhebber zag hij daar voor het eerst exotische dieren als leeuwen, ara’s en dodo’s. Zijn dodo-afbeeldingen maakten deze mythische en uitgestorven vogel onsterfelijk : hij is te zien in een achttal werken, waarschijnlijk diende een opgezet exemplaar als model. Het beroemde Mauritshuis-museum te ‘s-Gravenhage kocht in het voorjaar van 2016 zijn “Vaas met bloemen in een stenen nis” (63,5 cm x 45,1 cm) uit 1615 voor 6,5 miljoen euro. Savery schilderde naast bloemstillevens en dierstukken evengoed woeste bos- en berglandschappen. Ook hij hield ervan een soort dreiging in zijn werken in te bouwen. Tussen de bloemen schuilen vaak scherpe doornentakken, rond de vaas kruipen kevers en hagedissen : het gevaar schuilt overal, ook tussen de mooiste bloemen…

P.S. In de National Gallery te Londen loopt tot 29/8/16 een expo Dutch Flowers : 22 werken die tonen hoe de kunst van het bloemen-stilleven twee eeuwen lang floreerde in Nederland. Zie rubriek Agenda van deze Nieuwsbrief 2016.

EIGEN, AUTOCHTONE BOOMSOORTEN

Er wordt veel gekapt, gebouwd en opnieuw aangeplant, zonder dat men daarbij rekening houdt met de herkomst van de geplante bomen : vaak zijn die gekweekt van buitenlands zaad. Toch is het belangrijk om sterke, oorspronkelijke soorten te behouden. Het is al bewezen (cfr. het bacterievuur bij de meidoorns, de iepenziekte) dat autochtone soorten van nature sterker zijn. Ze dragen ook meer bij aan de biodiversiteit. De autochtone eik bevat 300 organismen, van insecten tot schimmels. De Amerikaanse eik (die al 275 jaar in onze streken te vinden is) minder dan 30. Iedere soort heeft zijn eigen dynamiek : een argument om bvb de wilde appel in ere te houden; zou die verdwijnen, dan verschraalt de biodiversiteit weer. In Nederland is Staatsbosbeheer bezig met het kweken en herplanten van deze boom. In maart 2016 werden er zo 500 jonge exemplaren bijgeplant. Men komt daar van ver : ongeveer 5% van de bomen en struiken mag je nog autochtoon noemen. Maar door dit soort inspanningen (incl.een zaden- en genenbank) stijgt het areaal van grotere soorten als hazelaar, iep, eik en es. Wat de meer kwetsbare soorten betreft als wilde appel, wilde peer en bijzondere rozensoorten, is er nog veel werk. Voor de wilde peer bvb bestaat er nog onvoldoende basis om jonge bomen te kweken.

P.S. Je kan zelf ook op onderzoek gaan naar oorspronkelijk groen, hoewel veel onderzoek gebaseerd is op DNA-analyse.
Ga bvb op oude kaarten van voor 1830 na waar begroeiing is aangegeven. Let dan ter plaatse op bomen die niet de indruk geven van aangeplant te zijn en die er oud en robuust uitzien. Ook aan een specifieke boom of struik valt soms te merken of het om een inheemse soort gaat : de autochtone esdoorn heeft een diep ingesneden blad, de import uit de Balkan een ondiep ingesneden blad…

BOMEN & KLIMAATOPWARMING

Door het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer te halen bij de fotosynthese vertragen bomen de opwarming van de aarde. Maar de bebossingspolitiek van de laatste 250 jaar heeft dat bufferproces in Europa gevoelig vertraagd, hoewel er 10% meer bos is dan vroeger : vooral door het aanplanten van sneller groeiende dennen.
In Vlaanderen is het sowieso pover gesteld met het bos, wij zijn een van de bosarmste regio’s van Europa.
Dat maakt dat belangrijke boomsoorten zoals de Zomereik aan inteelt lijden. Het uit zich in een tragere groei en geringe weerstand tegen droogte. Willen we niet meer loofbos verliezen, dan moeten die populaties dringend verrijkt worden !

Lees meer :

Kim Naudts et al.
Europe’s forest management did not mitigate climate warming.
Science, 05 Feb 2016 : Vol.351, Issue 6273, pp.597-600.
DOI : 10.1126/science.aad7270

Guy Vranckx et al.
Zijn onze bossen aangepast aan klimaatverandering ? De impact van bosversnippering op de genetische diversiteit bij Zomereik.
Natuur.focus 12/2015;14 (4) : 128-135

BOMEN EN PLANTEN NEMEN MINDER CO2 OP

Bastos Anne, Janssens Ivan, Gouveia Célia et al.
European land CO2 sink influenced by NAO and East-Atlantic Pattern coupling
Nature Communications, vol.7 (2016), 10315
http://dx.doi.org/doi:10.1038/ncomms10315

De opname van CO2 door Europese bossen en plantenmassa’s zakte einde jaren 1990 naar nul. Een serieus probleem, want onze landecosystemen zijn samen met de oceanen de enige grootschalige systemen die efficiënt CO2 aan de atmosfeer onttrekken en zo de klimaatopwarming voor ongeveer de helft afremmen. Automatisch wordt er dan aan het weer gedacht, meer wolken betekent bvb minder fotosyntese. Maar de echte boosdoeners blijken 2 weerpatronen te zijn die op elkaar inspelen : de Noord-Atlantische Oscillatie ofte NAO en het Oost-Atlantische Patroon ofte EA. De NAO is het drukverschil tussen het lagedrukgebied boven IJsland en het hogedrukgebied boven de Azoren. Dat drukverschil is de drijvende kracht achter onze westenwinden. Een sterke NAO zorgt bij ons voor koele zomers en natte, milde winters en een zwakke NAO zorgt voor koude, droge winters. Het EA is een gelijkaardig patroon dat mee bepaalt hoe sterk de winden boven Europa worden afgebogen, een sterk EA zorgt voor warme zomers, een zwak EA voor het omgekeerde. Wanneer de NAO sterk is en de EA zwak of omgekeerd verzwakt de fotosyntese en geven de ecoystemen meer CO2 af aan de atmosfeer. Begin de jaren 2000 is een nooit eerder waargenomen lange fase ingezet waarbij beide weerfenomenen jarenlang tegengesteld in sterkte waren. Daardoor dus is de CO2-opname door de ecosystemen zo goed als verdwenen.
Ondertussen is dat min of meer hersteld, maar een slechte combinatie NAO-EA kan alles weer ongedaan maken. Is de limiet eigenlijk niet bereikt, gaan de CO2-sponzen op den duur toch geen CO2 afgeven ? Bossen en oceanen nemen nu nog 55% van de CO2-emissies op, maar vroeger was dat 60%. De CO2-uitstoot stijgt zo snel dat de natuurlijke CO2-absorptie het niet gaat kunnen bijhouden…

BUSHMEAT

Het Living Planet Report 2016 van het WWF (World Wide Fund for Nature) vreest dat er tegen 2020 en in vergelijking met 50 jaar geleden 2/3 minder gewervelde dieren zullen leven op aarde. Met name in de Derde Wereld is men bezig om een 301 landzoogdiersoorten op te eten tot er geen meer zijn : apen, vleermuizen, antiloopachtigen enz., het zgn. bushmeat. En daarnaast zijn er ook nog zeezoogdieren en vissen aan het verdwijnen. Die vrees steunt o.m. op tellingen en schattingen van de IUCN ofte International Union for Conservation of Nature, die voor elke diersoort wereldwijd bijhoudt of we er ons zorgen over moeten maken. Dat is de beroemde Rode Lijst met zijn 3 categorieën : geel (kwetsbaar), oranje (bedreigd) en rood (kritisch). In het totaal zijn er ca. 5000 zoogdiersoorten bedreigd, 1000 daarvan zitten in de gevarenzone. Het 300-tal waarover het WWF het heeft lopt extra gevaar omdat ook hun leefgebieden in feite al te klein zijn geworden.

Lit.: William J. Ripple cs., Bushmeat hunting and extinction risk to the world’s mammals.
Royal Society Open Science, 19 0ctober 2016, DOI : 10.1098/rsos.160498.

OOK CHEETA BEDREIGD

Hieronder lees je iets over het achteruitgaan van de giraf. Maar ook de situatie van de jachtluipaarden is belabberd. Wereldwijd leven er nog 7100 in het wild : vnl in Namibië en Botswana en een rest van 50 in Iran. In andere Afrikaanse landen is de soort uitgestorven of gedecimeerd : in Zimbabwe hebben de “nieuwe” farmers (Mugabe verdreef de blanke) er bvb voor gezorgd dat er van de ooit meer dan 1500 exx nog 165 overschieten. Het is zo dat 3/4 van de leefgebieden van de cheeta buiten wildparken of dgl valt en daar worden ze vervolgd en gestroopt . Daarnaast is er verlies aan prooidieren (ook door stroperij) en illegale handel in cubs… Alles bijeen blijkt de cheeta veel kwetsbaarder voor uitsterving dan gedacht. Deskundigen willen de jachtluipaard net als de giraf ‘bedreigd’ benoemen ipv ‘kwetsbaar’.

Lit.: Sarah M.Dunant cs, The global decline of cheetah Acinonyx jubatus and what it means for conservation. Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA (PNAS), December 27, 2016, DOI :10.1073/pnas.1611122114.

CITES 2016

(Zie ook rubriek Bondsberichten van deze Nieuwsbrief)

Het CITES-verdrag (ook Conventie van Washington genoemd, 150 landen) biedt bescherming aan zo’n 5000 diersoorten en 28000 plantensoorten. De 17de driejaarlijkse CITES-bijeenkomst, deze keer gehouden in Johannesburg, is weer achter de rug. Niet toevallig was het conferentie-embleem een neushoorn. Sinds 2007 zijn er alleen in Zuid-Afrika al 6000 neushoorns gestroopt voor hun hoorn, meest op vraag van Vietnam, en voor 2016 staat de teller midden oktober op 700 ofte 3 per dag. Ook de Afrikaanse olifanten krijgen het lastig. Er zijn er nog 415.000 (savanne-olifanten + bosolifanten), sedert 2006 verdwenen er eventjes 111.000 : ook weer door stroperij, naast verlies aan leefgebied. Een kilo ivoor is op de Aziatische markt een stuk meer waard dan een kilo goud.

www.cites.org
www.citesinbelgie.be

DINO’S : T.REX IN TOWN

Van 10 september af valt er in het poortgebouw van het Nederlandse natuurmuseum Naturalis te Leiden het skelet te zien van een Tyrannosaurus rex, ’s werelds beroemdste dinosoort. Het skelet komt uit de Hell Creek-formatie in Montana,VSA en het is min.66 miljoen jaar oud. Het is het enige T.rex-skelet in het bezit van een Europees museum (In het Naturkundemuseum te Berlijn staat er sedert 2015 ook een, maar die is eigendom van een particulier). Na negen maanden gaat de T.rex opnieuw de kisten in voor tentoonstellingen in Europa en het Verre Oosten. Pas in het najaar van 2018 krijgt ie wat meer rust : hij wordt dan pronkstuk van de dinosauruszaal in een geheel vernieuwd Naturalis.
(T.rex in Town : naturalis.nl)

HELPT EEN EEKHOORNBRUG ?

In diverse Vlaamse gemeenten werden de laatste jaren voor niet veel geld eekhoornboombruggen gerealiseerd : in Antwerpen, Brecht, Geel, Hoeilaart, Kalmthout en Schoten bvb. In Nederland gebeurt dat al langer, maar daar kost het precies meer en dan stellen plaatselijke e,a. politiekers de bruggen, ecoducten enz. soms nogal scherp in vraag. In Den Haag verbindt een stalen eekhoornbrug van 132.000 € over de N44 sedert 2012 het Haagse Bos met het landgoed Clingendael, twee terreinen die elk een 20 eekhoorns tellen. In 2015 maakten daar 2 beestjes gebruik van, zo blijkt uit camerabeelden. Op zich volstaat dat volgens onderzoekers om inteelt te voorkomen. Het is ook nog vroeg om echt uitspraken te doen. In principe kan een telefoonkabel of een touwbrug over een weg de eekhoorns al helpen. Maar de N44 heet in dit geval te breed en te druk te zijn voor een goedkopere oplossing. De vraag hierbij is of men ook  gedacht heeft aan de stalen portalen waar snelheidsborden aan hangen : met een minimale aanpassing vallen daar evengoed eekhoornbruggen van te maken. Op andere plaatsen in Nederland is effectief voor een goedkopere variant gekozen. In het Amsterdamse Bos  werden, ook in 2012, 6 touwbruggen opgehangen voor 20.000 €.  Belangrijk bij dit alles is wel dat de leefgebieden aan beide kanten van het obstakel aantrekkelijk zijn voor de eekhoorns…

EU TEGEN DE EXOTEN

Een van de redenen waarom dieren- en plantensoorten versneld uitsterven zijn de invasieve exoten. Niet alleen als concurrenten maar ook omdat ze ziekten mee kunnen nemen. Daarom is er in Europa sinds 2015 een Europese Verordening Exoten van kracht. Op 14 juli 2016 werd een eerste (uit te breiden) lijst van voor de EU zorgwekkende invasieve soorten gepubliceerd. Vanaf de 20ste dag na deze bekendmaking geldt er een totaalverbod op bezit, handel, transport, teelt en vrijlaten in de natuur (!). Het gaat om diertentuindieren als muntjak, wasbeer en ibis, maar ook om bepaalde eekhoorns en schildpadden die soms als huisdier worden gehouden. Als je daar nog vanaf wil moet je ze onderbrengen bij een dierenopvang. Op plantengebied wordt bvb de waterhyacitnt en de waterwaaier geviseerd, veelverkochte en gevaarlijke waterplanten. Vissers zullen het verder ook geweten hebben, van begin augustus af is de vangst van de Amerikaanse rivierkreeft verboden. Die allesvretende kreeft verspreidt zich explosief (300 jongen per jaar); hoe men daar in het vervolg iets aan gaat doen is volstrekt onduidelijk…
(ecopedia.be/exoten_euverordening)

OUDSTE FOSSIEL ONTDEKT ?

In het zuidoosten van Groenland (de Issua Greenstone Belt) ontdekte een Australisch-Brits onderzoeksteam de resten van een laagje bacteriën ofte versteende stromatoliet die 3,7 miljard jaar geleden in een ondiepe zee leefden : tot nu de oudste tekenen van leven op aarde. Die aarde was toen nog maar 0,8 miljard jaar oud. de eerste honderden miljoenen jaren van haar bestaan was ze waarschijnlijk onleefbaar wegens de onophoudelijke meteorieteninslagen. Het gaat op Groenland om gesteentenlagen van 1 à 2 meter lang, in die lagen zijn bulten van enkele centimeters hoog te zien. Analyse toonde aan dat het gesteente is gevormd in een zee en dat het nog de oorspronkelijke samenstelling heeft van bijna 4 miljard jaar geleden. De fossielen wijzen op leven maar ze suggereren ook dat het leven al wijd verspreid was. Als er zo snel na het begin van de aarde leven verscheen kan het ontstaan van leven dus niet lastig zijn.

Lit.Abigail C. Allwood, Geology : Evidence of life in Earth’s oldest rocks.
Nature, 31 August 2016
DOI:1O.1038/nature19249


GIRAF OP RODE LIJST

Dertig jaar geleden waren er nog 160.000 giraffen. Nu 40% minder, 97.000. Oorzaak : illegale jacht en verkleining van het leefgebied door oorlog, landbouw en mijnbouw. Ze zijn wel vaker te zien in de media en zo valt het minder op dat ze dreigen te verdwijnen. De IUCN (International Union for Conservation of Nature) heeft de giraf daarom op haar Rode Lijst gezet als kwetsbare soort.

GROENLANDSE HAAI (400 JAAR OUD) IN DE BELANGSTELLING

Groenlandse haaien leven in diep water (tot 1000 m) in de Atlantische Oceaan en de Noordzee. De nieuwste industriële visserschepen geraken daar de laatste tijd ook en zo komen deze bijzondere dieren als “bijvangst” in vissersnetten terecht. Daar moet dringend iets aan gedaan worden, maar op die gevangen haaien kon ondertussen door Deense wetenschappers de ooglens onderzocht worden. Het eiwit in die ooglens wordt al in de embryonale fase gevormd, wat toeliet te berekenen dat het oudste onderzochte dier bijna 400 jaar oud was. De klassieke methode van ouderdomsbepaling, de groeiringen in het binnenoor en de ruggengraat tellen, werkt nl niet bij deze haaiensoort : hij heeft die ringen niet. Nu weten we zeker dat dit de oudste gewervelde dieren zijn. De Groenlandse haai blijkt overigens amper een centimeter per jaar te groeien, hij wordt pas na 150 jaar geslachtsrijp. Verder is de temperatuur op -1000 m constant 3°C, dat vertraagt de stofwisseling en laat toe ouder te worden.

Lit. Julius Nielsen et al., Eye lens radiocarbon reveals centuries of longevity in the Greenland shark (Somniosus microcephalus). Science, 12 Aug.2016. Vol 357, Issue 6300, pp.702-704. DOI: 10.1126/science.aaf1703

GRENSHEKKEN EN DE NATUUR

Meer en meer landen in Midden- en Zuidoost-Europa bouwen hekken of muren langs hun grenzen om illegale grensoverschrijdingen te voorkomen. Helaas houden die barrières ook dieren tegen. Ze blokkeren trekroutes en ze doorsnijden populaties, om nog te zwijgen van dieren die verstrikt geraken in de prikkeldraad. Zo bouwt Slovenië een hek langs de grens met Kroatië dat de Dinarische Alpen doorkruist, één van de belangrijkste Europese natuurgebieden voor beren, wolven en lynxen. Al die hekken vormen een grote bedreiging voor de zoogdieren in Europa : wolven,beren, herten en wisenten stuiten steeds vaker op onneembare afrasteringen. Het is een streep door de rekening van het Europese natuurbeleid, gericht op grensoverschrijdende samenwerking en het waarborgen van gezonde populaties en verbindingen tussen natuurgebieden. Gehoopt wordt daarom op de inbreng van natuurbeschermers om te pleiten voor diervriendelijker afrasteringen, het tijdelijk openzetten van hekken op trekroutes of permanente openingen in afgelegen gebied.

Lit.John D.C.Linnell cs. Border Security and Wildlife. The End of the Transboundary Paradigm in Eurasia ?
PloS Biology 14 (6) : June 22, 2016; e1002483
http://dx.doi.org/10.371/journal.pbio.1002483

HOUTHANDEL EN ONTBOSSING

Zowat een halve eeuw waarschuwen natuurbeschermers al voor de ontbossing en vooral voor de illegale ontbossingen in de tropische regenwouden. Midden de jaren jaren 1980 konden N2’ers zich op diverse plaatsen in de wereld van de toestand vergewissen en sloten we ons aan bij het Rainforest Action Network (RAN). Met Broederlijk Delen hielden we samen een actie ‘Geen Tropisch Hardhout In Mijn Gemeente’. Het was toen al duidelijk dat op de eerste plaats de houthandel hierop diende aangesproken, maar het heeft in Europa nog tot 2013 geduurd voor er een Europese Houtverordening (EUTR ofte EU Timber Regulation) van kracht werd. Die verplicht de lidstaten tot toezicht op de houtimporteurs en op de handel in illegaal hout. Zoals verwacht is dat voor de Belgische politiekers weer laagste prioriteit. De Antwerpse haven is nochtans een superbelangrijke draaischijf in de Europese houthandel. Antwerpen is o.m. topimporteur van Braziliaans en Kameroens hardhout. Voor de controle van die handel staat 1 halftijdse ambtenaar in, die sedert de invoering van de EUTR amper controles uitvoerde, van sancties was er dan natuurlijk ook geen sprake. De houtbedrijven blijven bij ons bijgevolg een loopje nemen met die Europese regels. Hoe anders doet men het in Nederland bvb. Daar waren al meer dan 150 controles door 3 voltijdse controleurs, een kwart van de gecontroleerde bedrijven was niet in orde. In maart legde Nederland voor het eerst een sanctie op aan een bedrijf dat hout invoerde van de Kameroense Compagnie de Commerce et de Transport (CCT), een beruchte exporteur van illegaal gekapt hout. In België voeren meerdere bedrijven CCT-hout in, maar onze politiek en ambtenarij laten hen ongemoeid ! Ook Kameroen gaat niet vrij uit. Het land sloot al in 2010 een VPA (Voluntary Partnership Agreement) af met Europa om toe te zien op de legaliteit van uitgevoerd hout, maar dat is natuurlijk evengoed een lachertje, goed om weer wat Europees graaigeld binnen te rijven.

Lit.: Saunders, Jade (2016). EU Timber Regulation Starts To Bite. forest-trends.org
http://forest-trends.org/blog/2016/03/21/eu-timber-regulation-starts-to-bite

WAT MET DE HYENA’S IN DE TOEKOMST ?

Hyena’s eten niet alleen aas, ze jagen ook vaak in teamverband op eigen prooien. Ze leven in groepen of clans van 4 tot 95 individuen. Bij een groeiende wereldbevolking en slinkende natuur krijgen dit soort roofdieren het moeilijker en moeten ze zich aanpassen, overschakelen van het jagen naar het eten van afval. UA-biologe Elien Schramme onderzocht dat fenomeen in Mekelle in Noord-Ethiopië. Ze vond daar clans van ongeziene grootte (900 hyena’s) rond een stad waar er haast geen prooien te vinden zijn. De dieren blijken ’s nachts hun schuilplaatsen te verlaten om dan in de straten en op de vuinisbelten bvb slachtresten te zoeken. Terwijl in de Afrikaanse natuur mannetjes bij volwassenheid hun clan verlaten en een nieuwe groep zoeken om inteelt te voorkomen, leven in Mekelle meer mannetjes dan vrouwtjes, ze zoeken niet langer een nieuwe clan op, wat ook de grootte van de groep verklaart … De lokale bevolking blijkt er amper hinder van te ondervinden maar de situatie in Mekelle is mogelijk een voorafspiegeling van een trieste toekomst ?

KATTEN BEDREIGEN BIODIVERSITEIT

In de VSA maakt het boek “Cat Wars : The Devastating Consequences of a Cuddly Killer” van ornitholoog Peter Marra, directeur van het Smithsonian Migratory Bird Centre, en journalist Chris Santella (een uitgave van Princeton University Press, 13.09.2016) ophef. Ze verwijzen er in naar studies die aantonen dat katten jaarlijks 4 miljard vogels doden en honderden miljoenen amfibieën en reptielen, ze dreigen zo het uitsterven van heel wat soorten te veroorzaken. De beesten binnenhouden lijkt dan ook de boodschap en een luchtje laten scheppen gebeurt best aan de leiband ! Overigens kunnen katten via hun uitwerpselen ook toxoplasmose veroorzaken.

MERELS EN LIJSTERS STERVEN DOOR USUTU-VIRUS

In Limburg (incl. Voerstreek) en Antwerpen stierven in de nazomer op korte tijd tientallen merels en lijsters door het usutu-virus, verspreid door muggen. Enkele jaren geleden waren in Duitsland 300.000 merels het slachtoffer van dat virus. Er zijn daar nu al gebieden waar geen merel meer te vinden is. Het virus verzwakt de vogels zo dat ze twee dagen na de infectie sterven. Wie een zieke merel vindt brengt die best meteen naar een vogelopvangcentrum.

NATUURGEBIED HET MERKSKE : HERINTRODUCTIE HEIKIKKER

Het natuurgebied Het Merkske (tussen Hoogstraten en Baarle-Nassau, op de grens met Nederland) is in feite het dal van de gelijknamige 16 km lange, kronkelende beek : met houtsingels en bramenwalletjes, bloemrijke graslanden en veel donkere elzen heeft het nog redelijk een 19e eeuws karakter weten te behouden. Het hele gebied is 5980 ha groot, waarvan 1100 ha beheerd worden door het Agentschap voor Natuur en Bos (VL) en Staatsbosbeheer (NL).
Het Merkske staat o.m. bekend voor zijn amfibieën : 10 soorten, incl. de zeldzame boomkikker en de knoflookpad, die hier opnieuw zijn uitgezet. Een soort die er in de jaren 1980 verdween door de verzuring van de vennen (zoals op meer plaatsen) is de heikikker. De ecologische kwaliteit van Het Merkske is sindsdien zo verbeterd dat men ook voor deze soort herintroductie aan het voorbereiden is. Bevonden werd bvb dat een 20 vennen in het gebied geschikt zijn om de heikikker te ontvangen, met het oog op de realisatie van een duurzame populatie. Het is nu zoeken naar een gezonde bronpopulatie en de in aanmerking komende exemplaren testen op ziekten.

DE NARWAL OFTE EENTAND EENHOORN VAN WINTAM

In de rubriek Actualiteit van deze Nieuwsbrief 2016 lees je over het vinden van een dode narwal aan de oever van de Schelde. Het dier moet levend de stroom zijn opgezwommen, tenslotte is ie van honger gestorven. Het is daar ook niet de ideale leefruimte voor zo’n groot arctisch zeezoogdier : het natuurlijk leefgebied van een narwal ligt rond noordelijk Groenland, de Canadese arctische eilanden en in de Noordelijke Ijszee boven Rusland, waar hij zich voedt met inktvissen en platvis. Bijzonder aan de narwal is zijn hoorn, in feite de geschroefde linker hoektand die tot een grote lengte kan uitgroeien, uitzonderlijk vind je een narwal met twee van die tanden. Die slagtand is ooit in de verbeelding van de mensen verhuisd van de snuit van de narwal naar de kop van een Indische wilde ezel (Ctesias, 398 v.C.) en zo kregen we de mythische eenhoorn. De wetenschappelijke naam van de narwal luist overigens Monodon monoceros, ofte eentand eenhoorn…

NIJLGANZEN EN HALSBANDPARKIETEN

De vogelpopulaties in de Lage Landen zijn enorm in beweging. Weinig soorten bleven stabiel in aantal en verspreiding, de laatste 30 jaar. Vooral in Nederland wordt er intensief geteld, door een 1800 tellers die blokken van 5 bij 5 km “doen” en wier werk gecoördineerd wordt door Sovon Vogelonderzoek (Nijmegen). Wat daar alvast opvalt is de schaalvergroting, intensivering en monocultuur in de landbouw. De boeren willen het onderste uit de kan, voor vogels blijft er niets over. Het gevolg daarvan is een spectaculaire achteruitgang van de weidevogels, de grutto’s op kop. Ook van de patrijs zijn er nog maar restpopulaties over. Nederland is anderzijds een eldorado voor graseters geworden, meerbepaald voor exotische ganzensoorten als de Nijlganzen. Na ontsnapping uit gevangenschap en enkele tien jaren kolonisatie hebben zich daarvan een 10.000 broedparen gevestigd : agressieve beesten die schade toebrengen aan de boerengewassen. Een even bedreigende exotenopmars is deze van de Indische halsbandparkieten. In Europa zitten er al meer dan 85.000. In Brussel hebben ze dat te danken aan de Meli Zoo op de Heizel, waar anno 1974 een veertigtal werden losgelaten “om het park op te vrolijken”. Maar er zijn er ook veel ontsnapt of vrijgelaten, het gaat om populaire kooivogels. Voorlopig blijven ze in de steden omdat het daar warmer is en omdat ze er in parken en tuinen vroegbloeiers vinden om zich te voeden. Ondertussen zijn ze een gevaar voor de biodiversiteit : ze bedreigen in Spanje bvb de kleine torenvalk, bij ons de boomklever. En als ze ooit uitwijken naar het zgn. platteland, moeten we vrezen voor boomgaarden en zelfs de maïs- en graanteelt.

COMEBACK OEHOE

Tot begin de jaren 1980 moesten we om oehoe-uilen te zien bvb naar de Alpilles-bergen bij de Camargue, Zuid-Frankrijk. Nu is er via massale uitzet in Duitsland terug een gezonde broedpopulatie in Wallonië (140 paren) en die breidt zich op haar beurt uit naar Limburg (6-7 broedparen), Vlaams-Brabant en het Grote Netewoud in de Antwerpse Kempen. Ze eten vooral houtduiven en zwarte kraaien, ook vossenjongen enz.

OLIFANT VERDWIJNT : GREAT ELEPHANT CENSUS

Ter gelegenheid van het World Conservation Congress van de IUCN ofte International Union for Conservation of Nature te Honolulu, Hawaii (zie ook rubriek Bondsberichten, deze General Assemblies werden lange tijd bijgewoond door N2’ers),werden de resultaten gepresenteerd van de Great Elephant Census 2014, een internationale populatietel- ling van Afrikaanse savanne-olifanten. Een en ander met het oog op de bespreking van de beschermings-status op de zgn.Red List. Het ging om de grootste en meest betrouwbare pan-Afrikaanse telling ooit, gefinancierd door het Wereld Natuur Fonds WWF en Microsoftoprichter en miljardair Paul Allen. Twee jaar telden bijna 300 onderzoekers systematisch olifantenkudden vanuit de lucht. Ze kwamen uit op 352.271 olifanten. Ter vergelijking : een eerste schatting van het aantal Afrikaanse savanne-olifanten anno 1979 gaf nog 1,3 miljoen exemplaren ! In 15 van de 18 onderzochte landen bleken de populaties alleen al sinds 2007 met zeker 30% gekelderd. In landen als Mali, Tsjaad en Kameroen dreigt de olifant helemaal te verdwijnen. En in voornoemde tellingen is de Centraal-Afrikaanse bosolifant nog niet eens meegenomen. Daarvan zouden er nog hooguit 70.000 overschieten, een achteruitgang met 65% sedert 2002…
(www.greatelephantcensus.com)

BIJNA 400.000 SOORTEN PLANTEN OP AARDE

Na het bestuderen van databanken schatten wetenschappers van de Royal Botanic Gardens te Kew (VK) het aantal bekende plantensoorten in de wereld op 390.900. Het is de eerste keer dat er een verantwoorde wereldwijde inschatting wordt gemaakt. Er moeten nog veel meer soorten, maar die zijn nog niet bekend. In 2015 werden bvb 2034 nieuwe soorten ontdekt, de meeste kans op zo’n ontdekking heb je in China, Australië en Brazilië. Kew waarschuwt er t.g.v. deze schatting voor dat 21 % van de wereldwijde plantenpopulatie met uitsterven bedreigd is. Oorzaken : klimaatverandering, ziekten, het verlies van land door verstedelijking en de toename van invasieve plantensoorten. Er zijn bvb tropische eilanden waar de hele vegetatie verdwenen is door invasieve planten.

PLANTEN ALS LUCHTZUIVERAARS

In 1989 voerde de NASA een Clean Air Study uit, om te onderzoeken op welke manier de lucht in een ruimtestation schoongehouden kan worden. Daar kwamen 10 planten uit die chemicaliën uit de lucht kunnen halen : Klimop, Spathiphyllum, Sansevieria, Aglaonema, Chrysant, Dracaena, Graslelie, Dadelpalm, Gerbera, Ficus. Het onderzoek verliep wel in een afgesloten ruimte en viseerde o.m. formaldehyde, ozon en benzeen. Tuincentra durven het nogal eens opvoeren om te “bewijzen” dat planten voor gezonde lucht in huis zorgen. Daar gaan ze wel wat kort mee door de bocht. De NASA-proeven zijn niet zomaar toepasbaar op huiskamersituaties. NASA-wetenschappers berekenden bvb. evengoed dat je om een gemiddeld (Amerikaans) huis te klaren van de formaldehyde uit hout, textiel, lijm enz. liefst 70 graslelies nodig hebt.De meeste kamerplanten zijn trage groeiers. Ook de concentraties zuurstof die ze opleveren zijn niet relevant voor een huiskamer. Toch blijven er veel argumenten voor het plaatsen van planten in kamers (ook ziekenhuiskamers !), vanuit de psychologie. Contact met natuur heeft duidelijk meetbare effecten op gezondheid en welzijn, het vermindert ook stress…
(Wolverton, B.C. cs, Interior Landscape Plants for Indoor Air Pollution Abatement, 15 September 1989. Uitg. National Aeronautics and Space Administration, Stennis Space Center, MS)
(Volkskrant, 16 januari 2016 : De lucht is zo snel niet geklaard)

REUZENSTERNEN IN HET IJSSELMEERGEBIED

In het oostelijk gedeelte van het Nederlandse Ijsselmeergebied zijn de laatste decennia van zowat midden juli tot midden september tientallen reuzensterns te zien, zowat dagelijks komen er meldingen op waarneming.nl. Reuzensterns broeden o.m. aan de Zweedse en Finse kusten, die populaties nemen de laatste tijd sterk toe. Op doortrek naar West-Afrika doet een deel van deze sterns ook Nederland aan. Dat komt vooral doordat de reuzensterns meer van zoet of brak water houden dan van zout water zoals veel andere soorten sterns. Hun slaapplaatsen liggen vnl. in het Lauwersmeergebied (ook op de Engelmansplaat, bekend aan wie al eens op Schier was), aan de Friese Ijsselmeerkust (de Makkumer Zuidwaard en de zandbanken voor de Workumer Buitenwaard !) en in de noordelijke Randmeren. Maar ze worden ook gesignaleerd dichter bij ons op bekende N2-excursieplekken zoals Stellendam, de Kwade Hoek en Rockanje. De stormmeeuwgrote vogels zijn vooral te herkennen aan de enorme dolkvormige rode snavel.

SCHOLEKSTER VAN 46 JAAR

Vogelaar Hans Keijser kon op 1/8/2016 op de Maasvlakte bij Rotterdam de code lezen van een ring ronde de poot van een scholekster : die bleek aangebracht op Texel op 3/3/1972, toen de vogel ca. 2 jaar oud werd geschat. Nooit eerder is zo’n oude scholekster gezien, de vorige recordhouder was 43 jaar oud. Gemiddeld worden scholeksters zelden ouder dan 20 jaar. Voor het ringonderzoek worden gewoonlijk gekleurde ringen gebruikt met een van op afstand leesbare code. Je kan die code doorgeven aan www.wadertrack.nl. Overigens is de scholekster sedert 1990 met 65% achteruitgegaan. er worden te weinig jonge scholeksters groot…

TIJGERMUG EN ZIKA

Zie ook de rubriek Natuur van Nieuwsbrief 2015.
Er wordt nu ernstig verwacht dat tegen de zomer van 2016 ook bij ons Zika gaat opduiken. Zika is een besmettelijke infectie, veroorzaakt door het Zika-virus. Dat virus (voor het eerst geïsoleerd in 1947 bij een Rhesusmakaak uit het Zikawoud, Oeganda) wordt overgebracht door een beet van een geïnfecteerde Aedes-muskiet. Op die manier wordt ook Dengue en Chikungunya veroorzaakt. Zika heeft in Latijns-Amerika al 1,5 miljoen mensen getroffen en duizenden geboorteafwijkingen (microcephalie : abnormaal klein hoofd) veroorzaakt : de Wereldgezondheidsorganisatie richtte er een noodcomité voor op. In Europa heb je in toenemende mate immigratie van Aedes albopictus, de Aziatische tijgermug die via de import van exportgoederen naar alle werelddelen verspreid geraakte, in ons blikveld bvb naar Zuid-Frankrijk, Spanje en Italië. De laatste jaren dook ze ook op in de Benelux, o.m. dankzij de zachte winters. Die tijgermug brengt een groot aantal ziekten over, zoals de Westnijlziekte en de reeds vernoemde Dengue. En nu dus ook Zika. Twaalf dagen na zo’n beet krijg je 7 dagen lang een soort griep : Zika-koorts, gewrichtsklachten, huiduitslag, hoofdpijn enz. Je gaat er niet dood van, maar het probleem is wel dat er tegen Zika pas binnen 10 jaar een vaccin op de markt komt.

DE VERKADE-ALBUMS OFTE NATUUREDUCATIE 100 JAAR GELEDEN

In 1903 begon de Zaans-Nederlandse koekjesfabrikant Verkade plaatjes bij zijn producten te voegen, die je in speciaal daarvoor gemaakte albums kon plakken. Van de 31 albums gingen er 19 over natuur en landschap. Die werden geschreven door de befaamde natuurkenner en -beschermer Jacob Pieter Thijsse, medeoprichter van het tijdschrift De Levende Natuur en medestichter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. De albums haalden enorme oplagen : 3,2 miljoen, met een recordaantal van 30 miljoen plaatjes. Erg bekend zijn bvb de albums over het Naardermeer en Texel. Vandaag worden ze ijverig gezocht door verzamelaars. In Zaandam stelt het Zaans Museum in de schatkamer van de zgn. Verkade Experience de originele aquarellen van de plaatjes en de daarbij horende albums tentoon. Om de 4 maanden wordt die presentatie gewisseld, vanwege hun kwetsbaarheid.
(zaansmuseum.nl)

VLEERMUIZEN : INVASIE VAN TWEEKLEURIGE VLEERMUIS, SEPTEMBER 2016

De Tweekleurige Vleermuis (Vespertilio murinus), afkomstig van Centraal/Oost-Europa en Azië, is voor de Lage Landen een schaarse nazomerdoortrekker, vooral bij hoge gebouwen langs de kust (een alternatief voor hoge rotswanden). Voor september 2016 worden er echter overal uit Nederland vondsten gemeld in en om woningen, ook in het binnenland. Bij ons kwamen de waarnemingen vooral van de kust, Alex Lefevre observeerde er ook in Waimes (prov.Luik).

EEN NIEUWE WALVISSENSOORT !

Een kleine zwarte walvis van ruim 7 m die in 2014 dood aanspoelde in Alaska blijkt een nieuwe soort. In eerste instantie werd gedacht dat het om een Baird’s spitssnuitdolfijn ging. Maar de afmetingen, de kleur van vlees en vinnen weken af en een dna-analyse gaf uiteindelijk de doorslag : een nog onbeschreven soort spitssnuitdolfijnen. Japanse walvisjagers hadden in de jaren 1940 wel al gesingnaleerd dat er soms donkere varianten van de Baird’s spitssnuit rondzwommen, maar de wetenschappelijke wereld was daar niet van op de hoogte. In feite weten we weinig over wat zich allemaal in de oceaan om ons heen bevindt en spitssnuitdolfijnen laten zich bijna niet zien, bovendien lijken ze erg op elkaar. Omdat ze ver uit de kust leven spoelen ze ook bijna nooit aan. Grotere soorten spitssnuiten werden tot nu gevonden bij de Zuidpool en de Noordelijke Stille Oceaan en in dat laatste gebied zou de nieuwe walvis dus moeten leven. Onduidelijk is voorlopig nog hoevéél er bestaan.
P.S. Er worden jaarlijks 12-13.000 nieuwe diersoorten geregistreerd, vrijwel allemaal insecten. Nieuwe zoogdiersoorten worden 1 tot 3 x per jaar ontdekt, maar dan gaat het om een muis of vleermuis ofzo.

Lit.:Morin, P.A. et al. Genetic Structure of the beaked whale genus Berardius in the North Pacific, with genetic evidence for a new species. Marine Mammal Science, 26 July 2016. DOI : 19.1111/mms.12345

DUIZENDEN CHINESE WOLHANDKRABBEN

Met duizenden trekken de wolhandkrabben door Vlaanderen. Ze gingen in zee paren en keren daarna terug naar de binnenwateren.Nu onze wateren wat leefbaarder worden groeit deze exotensoort aan en om ze te vangen zijn de aantallen al te groot. In eigen land is de consumptie niet toegelaten, in Nederland wel en in China ook : door die consumptie is de krab in China echter zo zeldzaam geworden dat de prijzen er de pan uit swingen.