Artikel 3

BIOLUMINISCENTIE : LICHTGEVENDE NATUUR

Het was tijdens één van de kampen op het Waddeneiland Schiermonnikoog. We waren op het strand, de zon ging onder en we besloten in het donker nog een laatste duik in zee te nemen. Toen we terug uit het water kwamen en achteromkeken zagen we iets merkwaardigs : onze voetstappen gaven licht !

Dat was nu de zeevonk : een piepklein eencellig algje.

Als zeevonk wordt aangeraakt (door een vijand, of door golven) dan ontstaat er een chemische reactie waardoor hij licht gaat uitstralen, daarmee schrikt hij belagers af.

Soms lijkt op zwoele zomeravonden de hele branding te stralen…

Er bestaan meer lichtgevende soorten. Vrouwelijke glimwormen proberen bijvoorbeeld met hun gloeiende achterwerk overvliegende mannetjes te lokken. We konden die vroeger zelfs op het binnenplein van Fort Oelegem waarnemen of tijdens de kampen met de KJN te Florzé, niet ver van Aywaille a/d Ourthe.

Glimwormen zijn eigenlijk kevers, maar de vrouwtjes zijn het larvestadium in feite nooit ontgroeid. Bij sommige glimwormsoorten geven de mannetjes zelf ook lichtsignalen af. Die vliegende, lichtgevende glimwormmannetjes noemen we ook wel vuurvliegjes.

Ook de echte honingzwam (Armillaria mellea) geeft licht. Deze paddenstoelensoort komt o.m. in de Biesbosch voor, als parasiet op loofbomen. Soms geeft niet alleen de paddenstoel een groen schijnsel af, maar ook het hout waarop hij groeit. De naam ‘echte honingzwam’ duidt overigens op de kleur, niet op de (muffe) geur.
In de Eerste Wereldoorlog maakten soldaten dankbaar gebruik van die echte honingzwam : in de loopgraven droegen ze stukjes hout die met de paddenstoel bedekt waren op hun helm, zodat ze in het donker niet steeds tegen elkaar opbotsten. Het licht was te zwak om door de vijand te worden waargenomen.

(Uit : Mens en Natuur)