Artikel 3

DE BOOMKIKKERS VAN RETRANCHEMENT

Boomkikkers kennen we van bvb de Camarguekampen. Maar je hebt ze ook bij ons. Geraak je bvb op een warme avond in de voortplantingsperiode van april tot eind mei in de buurt van Retranchement (West-Zeeuws-Vlaanderen) of in de Zwinduinen, dan kan je daar ook een gelukkige natuurfreak zijn.

Een half uur voor zonsondergang tot enkele uren erna hoor je daar nl. de ritmisch kèkende koren van boomkikkermannetjes in hun ondiep voortplantingswater of op de oever van een poel. In mei 2017 telden vrijwilligers er ruim 2500 van. Je vindt ze tegenwoordig ook in de Kievittepolder bij Cadzand- Bad en in de buurt van Aardenburg.

Nog niet zo lang geleden was dat helemaal anders. In de jaren 1990 zaten er verspreid over drie van  elkaar geïsoleerd liggende gebieden nog maar een honderdtal, het verdwijnen van een geschikte leefomgeving wreekte zich.

Want het boomkikkertje stelt zijn strikte eisen. Voornoemde leefomgeving moet om te beginnen open en zonnig voortplantingswater hebben met een goede watervegetatie en absoluut geen vissen. Daarnaast in de zomer ook zonnig kleinschalig, halfopen land met een gevarieerde begroeiing van kruiden en lage struiken en met een hoge grondwaterstand; in de winter vorstvrije overwinteringsplaatsen : holen in de grond, hopen van plantaardige afval, stenen  en/of dood hout, eventueel zelfs kelders.

Dat aan het verdwijnen van die leefgebieden een halt kon toegeroepen worden is de verdienste van de natuurvereniging  Het Zeeuwse Landschap. Die kreeg in de jaren 1990 drie geïsoleerde terreinen in beheer waar nog boomkikkers leefden.

Ze begon met oude veedrinkputten op te knappen, nieuwe poelen te graven, stekelbaarzen en muskusratten te verwijderen enz.

Maar daarna ging Het Zeeuwse Landschap aan de slag met het creëren van een natuurnetwerk (in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland) om de versnippering van de natuur te beëindigen en de overlevingskansen van zeldzame dieren en planten te vergroten.

Zo geraakten de geïsoleerde leefgebieden van de boomkikker met elkaar verbonden en dat maakte de populatie minder kwetsbaar. Ook in de ecologische verbindingszones vestigden zich boomkikkers en herstelde de populatie zich. In aaneengesloten natuur kunnen ze zich ongehinderd verplaatsen van het ene naar het andere gebied. Overigens profiteren andere soorten amfibieën, vogels, kleine zoogdieren, vleermuizen en insecten daar evengoed van…

Bron : Zeeuwslandchap, tijdschrift voor natuur, landschap en cultuurhistorie – 33e jaargang nr.4, winter 2017.