Natuur

Keywords : Boommarters, Bouwen, Buizerds, Dino’s, Exoten, Insecten, Libellen, Paddenstoelen, Rechtspersoonlijkheid voor Bomen, Tuinvogels, Mopsvleermuizen, Zeehonden

BOOMMARTERS KALMTHOUTSE HEIDE

In de jaren 1950 zaten er boommarters in de Kalmthoutse Heide en daarond. Rond 1970 werd er nog een gezien in de buurt van het Stappersven. Daarna ? Een eerste nieuw onderzoek in 2012 wees op de aanwezigheid van boommarters. Daarom werden er einde 2018 een 14 cameravallen geplaatst, verspreid over het hele Grenspark. Die lieten 47 waarnemingen van boommarters zien, vooral in de gemengde bossen in het noordwesten : de omgeving van de Groote Meer en het gedeelte ten westen van de baan Putte-Hoogerheide.

Lit. Desiree van Zon, HAS Hogeschool, ‘s-Hertogenbosch : Spreiding van de boommarter (Martes martes) in Grenspark Kalmthoutse Heide – Onderzoeksverslag, 2018.

BOUWEN EN GROEN

In het Antwerpse Nieuw Zuid realiseert de Italiaanse architect Stefano Boeri (62) het groenste gebouw van dit land, het Palazzo Verde : een L-vormige woontoren met op alle 50 terrassen groen, drie collectieve daktuinen en een binnentuin van 350 m². Er worden in het gebouw 86 bomen, 1000 struiken en 1200 planten aangebracht, die moeten jaarlijks 5 ton CO2 zuiveren. Boeri is bekend geworden door de Milanese Bosco Verticale ofte verticaal bos : twee woontorens waarin 900 bomen en 15.000 struiken werden geïntegreerd. De planten staan wel in ondiepe kuilen, een permanente stress-situatie… Boeri wil woningnood en klimaatverandering samen aanpakken door te verdichten en tegelijk zijn gebouwen zo groen mogelijk te maken. Ook de projectontwikkelaar van Nieuw Zuid claimt tegen 2028 een groene wijk te maken, met 12 ha groen en 2053 nieuwe bomen (zonder Boeri’s ontwerp gerekend).

P.S. Studies die deze dromen van architecten en bouwpromotoren steunen bestaan er nauwelijks. Prof.Martin Hermy, specialist stedelijk groenbeheer en groendaken aan de KU Leuven is kritisch : “Wie uitkijkt op natuur voelt zich gelukkiger. Maar stellen dat dit flatgebouwengroen de klimaatverandering remt is een brug te ver. Om de hitte weg te werken die zich in een stad opstapelt is er veel meer groen nodig dan één groene woontoren. Overigens vergt de nodige extra versteviging van zo’n toren beduidend meer energie en CO2-uitstoot. Die milieukosten rekenen de architectenbureaus niet mee als ze het hebben over klimaatwinst…

BUIZERDS LANGS DE (SNEL)WEG

Het is een bekend beeld : op een afscheidingspaal langs een weiland of akker, aan de rand van de snelwegberm, zit een Buizerd. Wachtend op… ? Over dat wachten bestaat nogal wat misverstand. De echte reden is dat de bermen goede levensmogelijkheden bieden voor Veldmuizen, die op hun beurt profiteren van een droge ondergrond en een kruidenrijke bovengrond. Daarbij komt dat auto’s hoegenaamd geen storinggeven, de vogels zijn al lang bekend met het fenomeen. Vandaag de dag hebben de boeren van de weidegebieden monocultures van grasland gemaakt, waar qua biodiversiteit de grootste armoede heerst. Voor de natuur een ramp. Gelukkig zijn er de wegen. De aanleg daarvan begint met het afgraven van een halve meter teelaarde over een breedte van soms 30 meter. In die sleuf wordt geel zand gestort, vaak tot boven het maaiveld. Terzijde worden sloten gegraven om regenwater af te voeren. Het resultaat is een lange droge zanddijk, waar in de loop van de tijd een verscheidenheid aan grassen en kruiden verschijnt : de ideale biotoop voor de Veldmuis, die er kan eten, graven en voortplanten. En dat muizeneldorado blijft voor Buizerds, Torenvalken en uilen niet onopgemerkt. De Buizerd wacht gewoon tot er één in de nabijheid haar holletje verlaat en slaat dan toe…

P.S. Nog een misverstand : in de loop van de winter hoor je wel eens ‘dat er erg veel Buizerds zijn’ langs de snelweg. Dat zijn voor een groot deel migranten uit noordelijke streken. Onderzoek in Nederland wees uit dat men daar in het geschikte landschap kan spreken van 6 à 7 paar per tien vierkante kilometer. Territoriaal gedrag verhindert een verdere verdichting.

Bron : Het Vogeljaar, jaargang 67 (3) 2019

DINO’S : OUT DOOR GIFTIGE ZWAVELWOLK

In de jaren 1980 vonden paleontologen tussen enkele dinoskeletten grote hoeveelheden iridium, een op aarde zeldzaam metaal dat vooral in meteorieten zit : het bleek zo’n 66 miljoen jaar in de aardbodem beland te zijn. Een tijd later werd op 15 km voor de kust van het Mexicaanse schiereiland Yucatan de 185 kilometer brede en enkele kilometers diepe Chicxulub-krater ontdekt. Vandaar de hypothese dat een vreselijke inslag van een gigantische meteoriet (geschatte diameter 12 kilometer, een fabelachtige geschatte snelheid van 70.000 kilometer per uur : dat geeft een kracht van tien miljard atoombommen uit WO2 en een tsunami met golven van 100 meter hoog) destijds zowat alle leven op aarde wegvaagde : de Krijt-Paleoceen-massa-extinctie.

Die theorie wordt nu bevestigd door nauwkeurig onderzoek van een 830 meter lange gesteente-boorkern uit het centrale deel van voornoemde krater. In geen van de gesteenten uit de boorkern werden zwavelsporen teruggevonden, terwijl in rotsen en stenen uit de ondergrond rondom de krater wel zwavel zit. Door de inslag van de meteoriet moeten alle zwavelhoudende mineralen ter plekke volledig verdampt zijn en in de hogere atmosfeer terechtgekomen zijn : een zwavelwolk van minstens 325 miljard ton (!!) . De zwavel moet in de lucht verbindingen zijn aangegaan met waterstof en moet zo als een grijs deken over de hele aarde zijn gaan hangen. Dat deken verspreidde zich razendsnel, zodat de aarde in uren zoniet enkele dagen ook onder een grijs deken bedekt was : en dat makkelijk twintig jaar lang. Door de aanhoudende duisternis was er geen levensnoodzakelijk zonlicht meer en daalde de temperatuur aanzienlijk. Giftige regen deed planten op land en plankton in het water afsterven. Uiteindelijk zou 75% van alle leven op aarde uitsterven, inclusief de dinosaurussen. Hun einde betekende het begin van het Cenozoïcum, de geologische periode waarin alle kleinere diersoorten die overleefden de kans kregen om zich tot volwaardige zoogdieren te ontwikkelen, mensen incluis.

Lit. Sean P.S. Gulick cs. The first day of the Cenozoic. Proceedings of the National Academy of Sciences USA, September 24, 2019 : 116 (39), 19342-19351. Zie ook https://doi.org/10.1073/pnas.1909479116. Meer info : sean@ig.utexas.edu.

Het Cenozoïcum (kainos = nieuw, zoè = leven) is de laatste era uit de geologische geschiedenis: tussen 66 miljoen jaren geleden en vandaag. Het wordt onderverdeeld in tijdvakken, van het Paleoceen (66-56 Ma) tot het Holoceen (2,588 Ma-heden).

EXOTEN : CHINESE WOLHANDKRAB

Al jaren staat men zo goed als machteloos tegen deze nieuwe gevarenbron die complete rivierbodems leegvreet ! Ze geraakten bij ons via ballastwater van schepen uit China. In 1 val alleen (!) te Grobbendonk ving de VMM op enkele maanden tijd 715.000 exemplaren. En ze zitten overal, met miljoenen, tot bvb in de Brugse reien toe. De VMM verhakselt ze voorlopig, maar het is dweilen met de kraan open en de kosten lopen op. Of opeten kan is een grote vraag doordat men de bodems van onze rivieren heeft laten vervuilen door zware metalen.

KLIMAATOPWARMING EN INSECTEN.

We staan nog maar aan het begin van een forse klimaatopwarming. Insecten zijn gevoelige dieren die zich snel kunnen verplaatsen, zij reageren hier dan ook als één van de eersten op. Wat gaat het effect op langere termijn zijn ? De eerste signalen uit het veld voorspellen ingrijpende gevolgen. Veel soorten verplaatsen hun verspreidingsgebied naar het noorden. De opwarming raakt ook onze eigen insecten. Daarbij gaat het om veranderend terreingebruik en veranderingen in de jaarlijkse ontwikkelingscyclus. Soorten beginnen vroeger te vliegen en blijven ook langer doorvliegen in het najaar: de insectenloze winter wordt korter. Als dat zo doorgaat zullen de najaars- en voorjaarsgeneraties zich mogelijk met elkaar vermengen. Dat brengt allemaal extra verantwoordelijkheid met zich mee. Nu al kunnen we anticiperen door natuurgebieden beter met elkaar te verbinden en groter en gevarieerder te maken. Zo kunnen de soorten zich daar beter handhaven of als het nodig is verplaatsen.

(L.Calle in Zeeuwslandschap 2019/2)

INSECTENSTERFTE

Reeds enkele jaren geleden verwezen we in deze Nieuwsbrief naar Duitse entomologen die een serieuze insectenafname constateerden. Nu publiceerden andere onderzoekers in het vaktijdschrift Biological Conservation  een ‘comprehensive review’ van 73 rapporten over insectenterugloop wereldwijd. Als die sterfte verder gaat zoals de voorbije 25-30 jaar (elk jaar zowat 2,5 % van het totale insectenbestand minder), dan zijn ze binnen een eeuw allemaal uitgestorven, met alle rampgevolgen vandien. De sterfte bij insecten gaat blijkbaar 8 x sneller dan deze bij zoogdieren, vogels en reptielen : meer dan 40% van alle insectensoorten neemt vandaag af, 1/3 loopt het gevaar uit te sterven. Oorzaken : agro-chemische pollutie, invasieve soorten, klimaatverandering… Een oplossing van dit probleem vergt een forse wijziging van de manier waarop we ons voedsel produceren !

Lit. Francisco Sanchez-Bayo & Kris A.G. Wyckhuys. Worldwide decline of the entomofauna : A review of iets drivers. Biological Conservation, Vol.232, April 2019, pp.8-27. https://doi.org/10.1016/j.biocon.2019.01.020

P.S. Er kwam wel kritiek op deze poging om de achteruitgang op mondiale schaal te duiden. O.m. omdat de 73 bekeken artikels te weinig info geven over de toestand buiten de VS en Europa…

INVASIE ANAX EPHIPPIGER OFTE ZADELLIBEL

Het was de zomer van 1977 en we waren op libellenjacht in de Camargue, een eind in de Sansouire van het natuureservaat bij de Salin de Badon waar we logeerden. Ineens een grote glazenmaker met bruine ogen en een opvallende blauwe plek bovenaan het begin van het achterlijf (het zou S2, segment 2 blijken). Koen ving hem in zijn libellennet en het was een mannetje (Hemi)anax ehippiger, later zou die met een Nederlandse naam Zadellibel gaan heten. Een migrator uit droog tropisch Afrika die toen maar nu en dan de Middellandse Zee overstak. Voor ons was het een sensatie, vandaag is het dat wat minder. Bij ons is ie pas midden de jaren 1990 voor het eerst gezien (Nederland 1995, Geel 1998) , maar in 2011 was er in Frankrijk bvb een grote invasie en ze planten zich daar ’s zomers al voort. Vorig najaar werd de libel vrij veel gezien in onze kuststreek. Het nieuws van 2019 is dat er dit late voorjaar-voorzomer ‘massaal’ veel zadellibellen naar de Lage Landen kwamen en dat er ook voortplanting is vastgesteld. Er gaan dus dit jaar nog inheemse zadellibellen gezien worden, maar de winter zullen ze wel niet overleven. In het grenspark van de Kalmthoutse Heide werden ze bvb gezien bij het Leemven, maar ook in het Antwerpse stadspark : zie de rubriek Wereld (Antwerpen) in deze Nieuwsbrief 2019.

P.S. Over verschuivingen in het voorkomen van libellen in Europa, parallel met de klimaatverandering verscheen dit voorjaar een interessant overzicht door Tim Termaat cs in Diversity and Distribution/Biodiversity Research. Zie https://doi.org/10.111/ddi.12913

PADDENSTOELENALARM

Overal in Vlaanderen zijn de paddenstoelen aan het verdwijnen. Hoofdschuldige : de stikstof c.q. fosfor, uitgestoten door de landbouw met zijn overdreven veestapels en bijbehorende mest en ook door het verkeer . Bospaddenstoelen verdwijnen vanaf 5 kilogram stikstof per hectare per jaar, hier te lande zitten we tegenwoordig al aan 23,4 kilogram gemiddeld. En de veeteelt in West-Vlaanderen zorgt daar zelfs voor 60 kilogram ! De normen die onze politiekers en ambtenaren uitwerkten zijn dan ook bijlange niet streng genoeg : 10 kilogram stikstof voor kwetsbare gebieden en 25 voor de rest. Er wordt verder niet verhinderd (zoals bvb in Nederland) dat veeteeltbedrijven zich langs die bij ons niet genoeg beschermde, kwetsbare gebieden vestigen. Het resultaat : alleen de meest resistente schimmels blijven nog over. Met alle gevolgen voor de mycorrhiza, de samenleving van planten en schimmels via de wortels. Minder schimmels betekent minder flora en bijgevolg ook minder fauna…

Lit. Tobias Ceulemans cs. Arbuscular mycorrhizal fungi in European grasslands under nutrient pollution. Global Ecology and Biogeography, 23 August 2019. Zie https://doi.org/10.111/geb.12994.

RECHT : RECHTSPERSOONLIJKHEID VOOR BOMEN

Midden oktober verplichtte het Brugse gerecht een betrokkene in een burenruzie zijn huis te verkopen omdat hij gewetensbezwaren had om bomen die te dicht bij de perceelsgrens stonden te verwijderen. Nog maar eens een staaltje van de arrogantie, de wereldvreemdheid en het vierkant draaien van ons dure justitie-apparaat , de media stoppen niet met het berichten over blunders en andere schandalen bij ons gerecht en de politie. Hendrik Schouten, expert Europees milieu- en natuurbeschermingsrecht (UGent) heeft harde kritiek op de walging die in ons klassiek recht aanwezig is t.o.v. de intelligentie van bomen. Het rechtbankenvolkje zou eens dringend Het Verborgen Leven van Bomen van Peter Wohlleben (2015) en Briljant Groen van Stefano Mancuso en Alessandra Viola (2013) moeten lezen. Schouten vindt dat het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan bomen dringend bespreekbaar moet worden. Zo sluit hij zich aan bij o.m. de Amerikaanse ecoloog Aldo Leopold die reeds in de jaren 1940 pleitte voor de biologische rechten van de natuur. Overigens kende het Colombiaanse hooggerechtshof nog niet zo lang geleden rechten toe aan het Amazonewoud, in India kregen dolfijnen “legal status” en in Nieuw-Zeeland bekwam het Te Urewera National Park op het Noordeiland rechtspersoonlijkheid…

(De Standaard, maandag 21 oktober 2019 : blz.30-31)

MOPSVLEERMUIZEN IN HET LAND VAN WAAS

In 2014 werd met één toevallige geluidsopname de aanwezigheid van mopsvleermuizen bevestigd in Waasmunster. Bij intensief onderzoek sindsdien werden maar liefst 5 kraamkolonies gevonden, goed voor 150 à 200 dieren. De mopsvleermuis blijkt aanwezig te zijn in en rond alle grote boscomplexen van Noord-Oost-Vlaanderen. In de zomer van 2019 werd voor de vijfde keer getracht de kraamkolonies op te volgen. In Belsele was ze opnieuw gelokaliseerd achter een vensterluik. In het Heidebos te Wachtebeke kon de kolonie met een warmtebeeldcamera teruggevonden worden achter de losse schors van dode Amerikaanse eiken (Youtube mopsvleermuis kraamkolonie). In het Wullebos (Moerbeke-Stekene) konden twee vrouwtjes gevangen worden waarvan één een zendertje kreeg. Zo werd de kolonie gevonden : de dieren zaten achter de losse schors van dode grove dennen. De boomkolonie in de Heirnisse (Sinaai) was al enkele jaren niet meer opgevolgd. In het naastgelegen Vettemeersbos (Moerbeke) werd daarom in juli een vrouwtje gezenderd dat de onderzoekers naar de kolonieboom bracht in de Heirnisse, een dode Canadapopulier. Tijdens enkele nachten vloog het vrouwtje verder tot in de bossen van Stekene om op de terugweg ook nog te passeren in het Steengelaag van Stekene, heen en terug zo’n 25 km. Batdetectoronderzoek in de lente en de zomer van 2019 wees uit dat de mopsvleermuis ook geregeld passeert langs het fietspad tussen Eksaarde en de Daknamse meersen . Ook de franjestaart blijkt dat fietspad overigens te gebruiken als corridor en foerageergebied…

(Durme- en Scheldeland 2019/4 : blz.25)

TUINVOGELTELWEEKEND 25-27 JANUARI 2019

In Nederland deden m.d. 77.000 mensen mee. Opnieuw werd de huismus het meest geteld, gevolgd door koolmees en vink. De merel lijkt zich daar deels te herstellen met een vierde plaats, maar in de zuidelijke en oostelijke provincies is de achteruitgang nog duidelijk te merken. Nummer vijf werd de pimpelmees.

Bij ons waren er ca.33.500 tellers. De vink stoot voor het eerst in zes jaar de huismus naar de derde plaats. Gelokt door de winterprik van vorige week ? De kauw komt op de tweede plaats. De koolmees zakt van plaats één naar vier en nummer vijf wordt de houtduif. De merel blijft op plaats 8 staan : slechts in 72% van de tuinen i.p. v. 91 % anno 2016, door usutuvirus en meer noordelijke overwintering door het klimaat ?

ZEEHONDEN WADDENZEE

Volgens vliegtellingen en onderzoek van mariene ecologen van Wageningen Marine Research leven er in het internationale Waddengebied nu zo’n 40.000 Gewone zeehonden en ongeveer 6.100 Grijze zeehonden. In 1974 waren er nog maar 3.571 Gewone zeehonden over in de Waddenzee. De Grijze was er al sedert de Middeleeuwen verdwenen. Door het stoppen van de jacht, beheersmaatregelen en verbetering van de zeewaterkwaliteit is de diersoort weer opgekrabbeld. Die zeehonden eten elk jaar een 67.000 ton vis (4,6 kg per zeehond per dag), voor de ‘Nederlandse’ zeehonden is dat 14 à 17.000 ton. Ondertussen is het visbestand in de Waddenzee sedert de jaren 1980 aan het teruglopen, mogelijk door verminderde nutriënten (= lagere productiviteit van het ecosysteem) en door opwarming van het zeewater (= hoger metabolisme en hogere voedselbehoefte bij vissen). Onderzoekers schatten in dat de Gewone zeehonden ca.43% opeten van het visbestand dat in het najaar in de Waddenzee zit.

© 2019 Nieuwsbrief Natuur 2000 | WordPress Theme: Cosimo by CrestaProject.